is toegevoegd aan uw favorieten.

Een man van vorstelijk karakter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een laatste bezoek. De beminde Stichter en Vader ontving haar met bijzondere hartelijkheid, besprak heel rustig nog verschillende zaken en toonde zich ook bijzonder verheugd over den goeden uitslag van de examens der kweekelingen. Bij den afscheidszegen, zijn laatste, zei hij nog met nadruk: „Dat is mede voor alle Zusters."

Bij dit bezoek was 't vooral een plechtig en ontroerend oogenblik, toen hij met den meesten aandrang de belangen van zijn Fraters en Zusters aanbeval in de zorgen van den Hoogeerw. Pater Superior De Beer, die ook aanwezig was.

Nog een groote zorg vervulde zijn groot hart: de zorg voor zijn dierbaar Bisdom.

Maar dienzelfden dag troostte hem ook het blij bericht van de Bisschopswijding van zijn coadjutor Mgr. A. Godschalk.

't Klonk als zijn: „Nu laat, Heer, Uw dienaar in vrede gaan," toen hij blij sprak: „Nu sterf ik gerust en tevreden, nu ik maar zoo goed als zeker ben, Professor Godschalk tot opvolger te hebben."

Daarna, bevrijd van al zijn groote zorgen voor het tijdelijke en geestelijke van zijn stichtingen en van zijn bisdom, wachtte hij met volle berusting in Gods H. Wil het naderend einde. Als men nog enkele zaken met hem besprak, was de aanhef van zijn antwoord telkens: „Als ik van hier zal vertrokken zijn ....", of: „Als ik naar den hemel zal zijn...."

Op de vraag, waar hij wilde begraven worden, antwoordde hij: „Och, mij dunkt, dat men geheel onverschillig behoort te wezen, wat men na den dood met ons lichaam doen zal."

6