is toegevoegd aan uw favorieten.

Een man van vorstelijk karakter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XII.

„TEN PARADIJZE GELEIDEN U DE ENGELEN."

Terwijl, volgens de troostende bede van de H. Kerks „Snelt hem tegemoet, Gij heilige Engelen Gods," de ziel van Mgr. Zwijsen haar vlucht ten hemel nam, werd het lijk in het bisschoppeÜjk paleis tusschen veel lichten plechtig opgebaard.

Van 16 tot 19 October bezocht en eerde een overgroote menigte den doode, in zijn leven zoo vaak geëerd met de liturgische hulde: „Ziedaar den Hoogepriester, in zijn dagen aan God welgevallig en dien Hij daarom groot maakte tot welzijn van zijn volk."

Zijn geestelijke kinderen, de Fraters en Zusters, hielden trouw de doodenwake, de Liefdezusters van Den Bosch overdag, de Fraters bij nacht.

Donderdags bracht de Algemeene Overste der Zusters nog twee uur door in gebed bij het stoffelijk overschot van den beminden Stichter, wiens dood zoo pijnlijk het hart van al zijn kinderen had getroffen.

Welke gevoelens haar bezielden in die dagen van verweesdheid, voelen we eenigszins natrillen in de woorden van diepe dankbaarheid en vereering, van stille smart en sterk vertrouwen, opgeteekend in de kloosterkroniek:

„Monseigneur, hij is niet meer. Hij, de Man der Voorzienigheid, die voor ons alles was! Hij, aan wien de Congregatie bestaan en bloei en alles, alles te danken had.