is toegevoegd aan uw favorieten.

Smakt en St. Jozef

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de stichting was gestipuleerd, en eveneens het catechismusonderricht gegeven. Dat geschiedde dan meestal door gepensionneerde priesters uit omliggende dorpen.

Wijlen Rector Cremers teekende daarbij aan, dat die oude kapel half zoo groot was als de kapel gedurende zijn rectoraatsbediening.

In het jaar 1860 kwam een priester, J. Heynen, geboren te Heeze bij Leende (Noord-Brabant), op goed geluk in Smakt aan. Hij stelde zich beschikbaar om de heilige diensten geregeld waar te nemen. Mgr. Paredis, Bisschop van Roermond, verleende zijn goedkeuring aan betreffende plannen. Er werd een inschrijving geopend onder de boeren van Smakt, zegge negen in getal, tot het bijeenbrengen van de benoodigde middelen voor het onderhoud van een bedienenden geestelijke. De boeren

(hoertjes) gingen de overeenkomst aan voor den duur van

één jaar, en garandeerden samen de som van fl. 31,20.

Deken Verheggen van Venray vulde dat bedrag aan tot fl. 50.—. Met de vaste revenuen van de kapel, zijnde fl. 66,— per jaar, werd dan het totaalbedrag bereikt van fl. 116,— als inkomsten van den priester, die het Rectoraat Smakt zou bedienen.

Daarvoor vond Rector Heynen het eerste jaar onderkomen en verzorging bij de familie Asselberghs. Het tweede jaar, verhoogd tot fl. 130,—, bij een familie Martens. Toen moest hij in dat gezin nog een half jaar op eigen kosten verblijven, omdat — zooals hijzelf opgeteekend beeft — de boeren zich niet meer bereid toonden iets bij te dragen. Als de Rector op hun kosten moest leven, dan vonden zij het beter, als hij maar vertrok.

Maar, riep Rector Heynen uit, ,,laus Deo! er kwam uitkomst.

De toestand, die den Rector dwong onderdak en verpleging te zoeken bij particulieren — in een boerengehuchtje als Smakt — was al spoedig onhoudbaar gebleken. Daarom begon men in Februari 1862 met het bouwen van een Rectorswoning.

Tegelijkertijd zonden de ingezetenen van Smakt een request aan den Koning, teneinde een rijksinkomen voor den bedienenden priester te verkrijgen. Dat verzoekschrift vond kracbtigen