is toegevoegd aan uw favorieten.

Antisemitisme en nationaalsocialisme in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er ontstond een worsteling met den onbekenden indringer. Deze ontvluchtte op het hulpgeroep van de huishoudster, maar werd, tegelijk met zes anderen gevat. De dader bleek te zijn zekere F., uit Bocholtz (Limburg). Aangezien alle arrestanten tot een zelfde partij behoren heeft men, volgens het A.N.P. de sterke indruk dat deze overval op den heer K., een politieke achtergrond heeft. (Enigszins verkort uit „De Maasbode", 23 Juli 1936).

De N.R.C. van diezelfde datum schrijft nog: „de vijf aangehoudenen zouden tot de fascistische groep van majoor Kruyt behooren".

8°. Het volgende geval is echter weer onmiskenbaar van de N.S.B. Het betreft de verkoop van anti-semitische grammofoonplaten, die de plaats van de verboden „Stiirmer zijn komen innemen. Op geraffineerde wijze is daarbij de wet ontdoken. De gezongen woorden ,,Juda den Tod" zijn in de gedrukte tekst vervangen door „Judas den Tod". Maar de goede verstaander, en dat is de N.S.B.-er op het punt van antisemitisme weet dat fijne verschil naar waarde te schatten en verkneukelt zich bovendien nog in de „Noordse list" van zijn leiders, (uitvoeriger in „Het Volk" 30 Juli 1936.)

90. Een recente uitlating uit „Volk en Vaderland", die bewijst, dat zo er al iets ten opzichte van het Jodenvraagstuk in de N.S.B. veranderd is, dit zeker geen verandering ten goede is geweest. Een uitlating, waarin zij zich zo volkomen met het Duitse standpunt ten dezen vereenzelvigt en dus verwijdert van het in theorie ingenomen Italiaanse, dat het als daad kan worden gekwalificeerd. Naar aanleiding van onze jongste circulaire, vergeet het blad zich zozeer, dat het onze intellectuelen vereenzelvigt met — Joden.

Zoo meenden ook de Duitsche Joden in 1933, dat Duitschland uit de rij der beschaafde volken zou terugzinken (wij menen dat nog! Het Comité), toen het waagde hun bemoeiingen met het geestelijk leven