is toegevoegd aan uw favorieten.

Katholicisme in actie op wereldlijk terrein

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen leden zijn van één groot gezin en kinderen van denzelfden Hemelsen Vader, ja, zegt de encycliek, dat we allen één lichaam zijn in Christus. Men stelle zich eens voor, wat dat zeggen wil. In alle economische verhoudingen tussen individuen, tussen groepen, tussen volkeren, in alle contracten, bij alle concurrentie niet alleen de rechtvaardigheid, maar ook de liefde te betrachten; de liefde, die St. Paulus zo grandioos heeft getekend; de liefde, die geduldig is en goedertieren, niet afgunstig, niet eerzuchtig noch hoogmoedig, die niet onedel handelt en zich zelf niet zoekt, die zich niet verheugt in een overwinning op een zwakkeren, minder kapitaalkrachtigen, met minder economisch doorzicht begaafden broeder, maar die verheugd is den ander goed te doen. Na zoveel eeuwen van steeds groeiende onchristelijkheid op economisch gebied, klinkt die in de grond toch heel gewone christentaal volkomen onwennig. Wanneer op een dag die Paulustekst zou worden aangeslagen in de kantoren der grote ondernemingen en bevolen zou worden deze te observeren, in de omgang, in de commerciële onderhandelingen, in de contracten, in de correspondentie, in de in- en verkooppolitiek, in de reclame, dan zou van al die in hun systeem zeer deskundige en door en door geoefende kantoormensen geen een, van hoog tot laag, weten, wat daarmee aan te vangen. Er zouden wel heel weinig transacties tot stand komen op zo'n dag. Maar is dat dan ook niet de meest sprekende veroordeling van het geldende stelsel? Veroordeeld, let wel, op grond van een maatstaf, die niet door een of ander fantastische geest is uitgevonden, maar die Gods maatstaf is, die op de oordeelsdag zal worden aangelegd. Gelukkig zullen er dan wel velen zijn, die objectief misdeden, maar subjectief niet schuldig zijn. Want, wat het gemeenschappelijk welzijn, waarop de sociale rechtvaardigheid en de sociale liefde dan toch zijn gericht, eist, kan in de zo ingewikkelde maatschappelijke verhoudingen niet ieder uitmaken. Nog minder dan een soldaat in staat is, om te oordelen over de rechtvaardigheid van de oorlog, waarin hem