is toegevoegd aan uw favorieten.

De "Holland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensen, die het weten konden, dat ik een ervaren stuurman aan boord moest nemen en niet zo'n landrot, die de zee alleen maar van uit een strandstoel kende. Ze hadden natuurlijk gelijk, maar ik voelde er nou eenmaal niets voor. 'k Wilde niet in zee gaan met iemand, die theorethisch veel meer wist dan ik en dus allicht eigenwijs kon worden. En bovendien, die Allain Gerbault trok er alleen op uit. Zou ik het dan niet kunnen met een flinken jong-kerel? Ook al was het dan geen zeeman?

Maar hoe kwam ik nou aan die Dirk?

Er waren liefhebbers genoeg om met de „Holland" mee te gaan, maar ik was erg voorzichtig in m'n keuze, 't Zou een reis van twee jaar worden en je moet al deksels goed met mekaar kunnen opschieten om in die lange tijd geen haken-en-ogen te krijgen. Enig risico zou ik altijd houden, want de mensen leren elkaar doorgaans goed kennen als het te laat is.

Op de werf van Jan Brouwer, waar de „Holland" op de helling lag, zat een jongen met verliefde blikken naar de boot te kijken. Ik kende 'm niet. Hij vroeg wat er met die schuit ging gebeuren en wie de schipper was en zo doende kreeg hij mijn naam en adres te weten en komt aan mijn deur.

„Mag ik mee, meneer Kuyt?"

„Zet dat maar uit je hoofd!" kom ik.

Bij de sluis van Zaandam, had je die snuiter wéér.

Toen we de Achter-Zaan opvoeren en bij de Kat kwamen — nóg eens. Hij volgde de „Holland" als een hondje. En wéér klampte hij me aan. Hij wou toch zo graag de reis meemaken en of ie nou het schip eens zien mocht.

Nou dat kon. De jongen was geestdriftig. Zó'n prachtig schip had hij nog nooit gezien!