is toegevoegd aan uw favorieten.

De "Holland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met den havenmeester sprak ik af, dat ik de volgende dag water zou laden, 't Bleek een opgeruimd, vriendelijk man te zijn en niet van de politie! Op de terugweg nam ik mijn landgenoot Terspill even in de arm. Ik vertrouwde hem mijn moeilijkheden toe, er op rekenend, dat hij me niet zou verraden.

„Kijk es — zei ik — er zijn twee Portugezen bij me aan boord en die ga ik lozen. Morgenmiddag neem ik water en olie in. Daar zanik ik mee tot het behoorlijk donker is en als die twee ongewenste gasten aan land zijn, neem ik stiekum doch subiet de benen!"

De heer Terspill vond het nog al gevaarlijk, maar in mijn besluit kon geen verandering komen. Ze móesten van boord!

Het enige, waar ik hem voor nodig had, was, dat hij na mijn vertrek, d.w.z., als ik buiten de exterritoriale zone zat, een brief voor mij aan den aardigen havenmeester zou bezorgen. Dien wilde ik fatsoenlijk behandelen. Ik deed honderd franc havengeld in de enveloppe (wat zeer royaal was!) en schreef er een paar vriendelijke regels bij.

Terspill beloofde me, dat hij de brief op het gewenste tijdstip aan den havenmeester zou geven.

Ziezo — dat was al voor mekaar!

Pedro en Helena piepten de laatste nacht aan boord van de „Holland".

Terwijl ik naar hun melodieuze gesnork luisterde, voelde ik wel een beetje wroeging, maar ik overwon mijn nobeler ik.

De volgende morgen om acht uur stapten ze aan wal.

„We verhalen de schuit naar de oliesteiger," deelik hun mee, „maar vanavond om acht uur vinden jullie ons weer op het oude plekje. Nou mensen, tot kijk dan maar weer en amuseer je wel!"