is toegevoegd aan uw favorieten.

De "Holland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bracht wel eens wat afwisseling. Zo zag ik eens op een meter of vijftien achter het schip twee vinnen boven water komen. Eerst dacht ik, dat het twee haaien waren, maar weldra merkte ik, dat de vinnen precies tegelijk dezelfde buitenwaartse bewegingen maakten. Ze moesten dus van één vis zijn. Maar ze lagen drie meter van elkaar af!

Door mijn kijker probeerde ik wat meer te zien van mijn zonderlingen achtervolger. Veel werd ik niet gewaar. Het water was er troebel. Even zag ik een kop en een staart. Het moest een reusachtige rog zijn! Ijlings maakte ik een haak aan de loglijn vast. Ik wilde dat monster vangen en een eind naar me toetrekken. Maar juist had ik een stuk spek aan de haak bevestigd, toen de rog, of wat het dan ook was, in de diepte verdween.

Al die dagen leefde ik in de stuurkuip en aan dek. Ik had een paar lekkere zachte plankjes bij het roer getimmerd en maakte het me zo gemakkelijk mogelijk. Slapen deed ik naast de helmstok. Ik voelde me zwak en werd op het laatst zo mager en suffig, dat de vrees me bekroop, of ik het op die manier wel lang zou kunnen uithouden. Maar bij Dirk vergeleken, was ik een beer van kracht.

Ik peinsde mijn hersens stuk over de vraag, hoe het toch kwam, dat we maar steeds geen land zagen. Volgens mijn berekening moesten we een en driekwart graad per etmaal afleggen, maar als ik becijferde, waar we dan na zoveel weken varen ons moesten bevinden, dan waren we dwars door Zuid Amerika heen gezeild zonder het te merken en zaten we nu zo wat boven de Galapagoseilanden. Zo veel mogelijk probeerde ik de op- en ondergang van de zon op te nemen om zodoende het midden van de dag te kunnen bepalen. Helaas — mijn klok deugde niet. Die liep