is toegevoegd aan uw favorieten.

De "Holland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Telegraaf. . . Enfin, we waren in eens heel belangrijke lieden geworden . . . Veel pleizier deed het me om bezoek te ontvangen van den heer H. Prent, een van de vroegere eigenaars van de „Holland", 't Was een prettig weerzien, 't Deed me zo goed, dat hij zijn oude schip nog niet vergeten was! Tot de volgende Zaterdag bleef hij bij ons.

't Was heel druk in de haven. Er zou een zeilwedstrijd op zee plaats hebben. Allerlei beroemde jachten lagen in onze nabijheid, ook de „Zeearend" en de „Schollevaer" van de Zaandammers C. en W. Bruynzeel. Ik had me al zo half en half verbonden om de wedstrijd op een van de boten mee te varen. We konden toch nog niet vertrekken. Halsstarrig bleef de wind uit het noorden waaien. Tot Scheveningen zouden we het tij mee hebben en dan tegen. Met deze wind zou het er op neer zijn gekomen, dat we met moeite Scheveningen hadden gehaald om dan tot de Hoek weer terug te drijven en ik voelde er weinig voor om aan het eind van de reis een soort veerpontje te worden.

Ik had geen rust! Als je duizenden mijlen achter de rug hebt en de wind je over het algemeen goed gezind is geweest, dan is het irriterend om in een haven vlak bij het einddoel opgesloten te zitten met een onhebbelijke noordenwind als cipier.

De wedstrijdjachten waren vertrokken, 'k Was niet meegegaan. De wind kón toch keren en ik wilde naar huis! In een naburig café ging ik eens een biertje drinken.

„Meneer — zei de kastelein — vannacht draait de wind. Let op mijn woorden!"

Die belofte deed me goed. Kasteleins liegen immers nooit?

Ik ijsbeerde langs de wal. De smoor in!