is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche bekeerlingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

korte samenvatting was, naar ik begreep: Jesus, God en mensch; en hoe zal men dat gelooven? Ik kon het niet aanvaarden, en ik kon het ook niet meer verwerpen, want het Evangelie was iets grooters dan mijn verstand en het ademde meer liefde dan mijn eigen hart. Ook kon ik er niet op afdingen, want het meerdere wordt niet door het mindere geoordeeld, maar het mindere door het meerdere; en ik begreep heel goed, dat, als ik het allergeringste ervan ontkennen zou, ik niet aan Jesus geloofde, maar aan mezelf. Een volstrekt geloof aan Zijn woord, dat was ook wat het Evangelie vorderde.

Het was onmogelijk en tegelijk was het onvermijdelijk, zoo scheen het me toe: Jesus, Zoon van God den Vader en menschenzoon? Als dat waar was, wat moest dat dan niet inhouden? Het moest dan zeker het allesbeheerschende feit in de schepping zijn, het middelpunt van de geschiedenis en het centrale mysterie voor alle geesten; dan moest dat een volledige omkeer teweegbrengen in de zielen, die in deze opperste goedheid geloofden. Waar waren dan de menschen, die uit dit geloof leefden? Dan moest ook de gemeenschap van hen, die in dit geloof vereenigd waren, een stad op den berg zijn, een Kerk heilig, onfeilbaar en onwankelbaar. Waar was die Kerk?

Hier kon ik mezelf niet bedriegen, en dit was het vooral, wat me verschrikte, want er was maar één Kerk, die daaraan beantwoordde; er was maar één Kerk, die onmiddellijk van Hem kon voortkomen, die algemeen en onwankelbaar was. Was de Kerk dan misschien alleen maar een inwendig rijk, verborgen in de zielen? Men had het me vaak zoo voorgehouden; maar dit was onmogelijk, want als iedere gemeenschap met godsdienstig doel al werd gemaakt tot iets dat op de Kerk gelijkt, zou dit dan geen neiging zijn van de natuur; en kon Christus die hebben voorbijgezien? Maar vooral, hoe zou de kostbare schat van de geopenbaarde waarheid ongerept en onverminderd en vrij van alle misverstand kunnen worden doorgegeven, zonder het gezag van de Kerk? Bovendien bleek