is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche bekeerlingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ik nu ook in de zeldzaamheid daarvan; later werd ik getroffen, overal zooveel verborgen heiligheid te vinden, waaraan ik te voren als een blinde was voorbijgegaan.

Ook van de verheven orde der geopenbaarde waarheden, en haar toepassingen in de Kerk begon ik iets te verstaan; daarom bleef er van alle twijfel, achterdocht, behoefte om te onderzoeken en te vergelijken met andere religies, niets over; het maakte plaats voor een eerbiedige bewondering; Christus was immers de Waarheid zelf, en ik zou me zelf als dwaas voorgekomen zijn, wanneer ik omtrent eenig punt gezegd had: veel kan ik gelooven, maar dit toch niet; óf: veel schoons is er in de Kerk, maar toch is er iets in een andere religie, wat de Kerk mist. Zij bezit de volkomen waarheid, en deze waarheid voldeed mij zoo geheel, dat er geen plaats voor twijfel bleef.

Het licht, dat ik voor mijn verstand ontving, was zoo overvloedig, dat ik het soms nauwelijks meende te kunnen verdragen; en aanvankelijk verlangde ik ook eigenlijk niet meer. Hier kom ik weer aan een zwak punt; want in tegenstelling met mijn vrouw, was er bij mij geen werkelijke drang naar Christus in de Kerk; voor mij was voorloopig het kennen genoeg; maar zij werd in haar zielsverlangen naar den eucharistischen Christus voortdurend tot de Kerk getrokken, en ze zag verlangend uit naar het oogenblik van de volledige vereeniging; voor mij, die meer langs den weg der waarheid werd geleid, was dit verlangen afwezig, of liever het werd overstemd; want terwijl mijn geest zich keerde naar de zon der waarheid, bleven de lagere vermogens volharden in hun hardnekkige afkeer en dit hield me ver van het tabernakel. Er was daarin iets van lafhartige vrees voor de menschen, en ook ongetwijfeld iets van die schroom voor het heilige, waartoe de geloofsleerlingen uit den eersten christentijd ook niet werden toegelaten; maar vooral was het toch dat oude schrikbeeld van kwezelarij, van wansmaak en achterlijkheid, dat in mijn herinnering was gegrifd, waardoor ik werd weerhouden.