is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis van Grave

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en daarom werd aan de eigenaresse een obligatie ten laste der stad afgegeven. In 1656 ontsloeg men den torenwachter, wijl men hem niet meer kon bezoldigen. De leden van het stedelijk bestuur hadden in 1657 gedurende drie jaren geen salaris ontvangen. Drie jaren later was men genoodzaakt 8000 gulden op te nemen om kapitalen af te lossen, die onder bedreiging werden teruggevorderd. Alle nieuwspapieren waren reeds in 1654 om wille der onkosten afgeschaft. Den torenwachter kon men slechts een pensioen van 8 stuivers per week schenken. Een heer te Zutphen, die aan den magistraat een gewichtigen dienst had bewezen, moest zich met een kaas als loon vergenoegen.

Pater Basilius van Brugge stond 31 jaren aan het hoofd der parochie Grave. Op 7 September 1664 overleed hij aldaar in de woning van Elisabeth van Ewick in de Hamstraat. Allerplechtigst was zijn uitvaart. Rijk en arm, jong en oud, andersdenkenden, zoowel als katholieken, bewézen hém de laatste eer. Zijn lijk, in het orde-habijt gekleed, werd door 12 jongelingen de stad uitgedragen om in de kloosterkerk van Velp begraven te worden. Achter de baar volgde een groot getal burgers, waaronder de voornaamsten van het protestantsch stedelijk bestuur, in zwarte mantels gehuld.

In 1672 kwam ons land opnieuw in oorlog. Lodewijk XIV verscheen hier aan het hoofd zijner troepen en had weldra een groot gedeelte der Republiek in zijn macht. Om Grave te kunnen behouden, had-: den de Staten het bevel gegeven, Ravenstein en het Genniperhuis te ontruimen en met die bezetting de stad te versterken. Doch, omdat Turenne ’s-Hertogenbosch bedreigde, geboden de Staten-Generaal aan Walenburg, gouverneur van Grave, zich met zijn bezetting naar die vesting te begeven. Nauwelijks had dit Turenne vernomen, of hij zond enkele; manschappen derwaarts, om de stad op te eischen. Walenburg, die op bevel van Willem III aanstonds terugkeerde, moest na de nederlaag zijner troepen