is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV

Noorderlicht.

Een klassieke beschrijving — Noorderlichten zooals ze bij ons zichtbaar zijn — Verdeeling van het poollicht over de aarde — Hoe hoog in de dampkring speelt het zich af? — De schommelingen van de kompasnaald en de magnetische stormen — Zonnevlekken en Noorderlicht — De Terrella van Birkeland — Berekeningen van Störmer — Hoe het Noorderlicht ontstaat — Welke hand de zon in het spel heeft — Geheimzinnige spectraallijnen.

Er zjijn van die verschijnselen in de natuur, die voor den doorsnee-mensch haast ineenschrompelden tot klanken zonder meer — klanken van een welbekende uitdrukking weliswaar, maar waaraan nauwelijks eenige voorstelling beantwoordt.

Wat is bijvoorbeeld „eb en vloed” voor den bewoner van een groote stad, of op het platteland? Het machtig natuurgebeuren der komende en keerende getijden is hem onbekend, en zijn belangstelling voor het verschijnsel, gelijk het hem werd overgeleverd, is nihil.

Maar het Noorderlicht, dat vrijwel in gelijksoortige omstandigheden verkeerde, en voor de meeste Nederlanders niet veel meer was dan een term, waaraan zich een vage voorstelling vastknoopte van lichtverschijnselen in het hooge Noorden, — dat Noorderlicht is sinds 1938 opeens een levende — we hadden bijna geschreven een tastbare — werkelijkheid geworden door de fraaie opvoeringen aan de hemel, eerst op 25 Januari, en daarna de korte maar heftige reprise in de nacht van 11 op 12 Mei, rond het middemachtelijk uur.