is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII

Reuzen en Dwergen in Sterrenland.

Hoe groot zijn de sterren? — Grootteklassen van helderheid — Van schijn en wezen aan het uitspansel — Hoe men de kaarssterkte meet van een ster — Zoeklichten en nachtpitjes in hemelsche gewesten — Gekleurde sterren — De hittegraad der hemellichten — Reuzen en Dwergen onder de sterren — Het „Zeven-Diagram” — Supergiganten in alle kleuren — Hoe gigantesk de supergiganten wel zijn — Witte dwergsterren — Er zijn geen „vaste” sterren — Bessel voorspelt en Clark ontdekt de begeleider van Sirius — De kleinste sterren — Hoogspringers op Sirius B — Einstein en de witte dwergen — Ophelderingen door Prof. A. S. Eddington — Volkstelling.

De wegen die men bij het onderzoek der sterren in kan slaan zijn vele, en de hulpmiddelen, waarover de onderzoeker bij zijn ontdekkingstochten langs het uitspansel de beschikking heeft, verscheiden in aantal.

Ontelbare geslachten van scherpzinnige astronomen zijn elkaar opgevolgd, en de som van hun vindingrijk vernuft staat den geleerde van vandaag ten dienste bij het ontwarren van de raadselen des hemels.

Dit wordt door den buitenstaander niet altijd voor oogen gehouden.

Wanneer men u aankijkt met in de blik iets van: die geleerden van tegenwoordig, die maken er toch maar wat van, dan voelt ge instinctief dat die tallooze astronomengeneraties voomoemd den kijker óf wel nog nimmer voor de geest stonden, ófwel een oogenblik uit het geheugen zijn gevaren; en