is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REUZEN EN DWERGEN IN STERRENLAND

78.oob.ooo.ooo deel van de zonnehelderheid. Sinus staat echter 500.000 keer verder weg. Zouden we hem dus op zonsafstand kunnen plaatsen, dan moest hij, volgens hetgeen we boven gezien hebben, Vs.ooo.ooo.ooo X (500.000)8 = 31 keer zoo helder stralen als de zon. De kaarssterkte van Sirius bedraagt dus 31 zonnen. Hoe eenvoudig, nietwaar?

Van zulk soort berekeningen heeft men nu uitgevoerd voor alle sterren, die met het bloote oog zichtbaar zijn, en nog voor een heeleboel andere bovendien. Uit de helderheid van de ster aan de hemel en zijn afstand berekende men de kaarssterkte, en wel verre van steeds eenzelfde (of vrijwel eenzelfde) bedrag als uitkomst te geven, trad er een zeer groote verscheidenheid in sterrekaarssterkten aan den dag. — Men kent thans niet slechts sterren die tien, of honderd maal, maar ook die duizend keer feller stralen dan de zon. Er zijn zelfs enkele sterren gevonden die het, wat hun lichtkracht betreft, tot meer dan tienduizend zonnen brengen.

Onder deze vuurbakens in het heelal treffen we enkele van de helderste sterren des hemels aan. Denéb in het sterrebeeld de Zwaan heeft een lichtkracht van 10.000 zonnen, terwijl Rigel in Orion zelfs de 18.000 haalt.

In de z.g. Kleine Magellaansche wolk (een sterrenwolk die op het Zuidelijk halfrond zichtbaar is), gelegen in het sterrebeeld Dorado, kent men zelfs een ster, S Doradus genaamd, waarvan de helderheid veranderlijk is en die in zijn maximum van de 9e grootteklasse is (d.i. nog een keer of 15 Zwakker dan de sterren die nog maar nèt met het bloote oog zichtbaar zijn). In werkelijkheid straalt deze geweldenaar echter met een lichtsterkte van 300.000 zonnen! Maar dit oogenschijnlijk zoo onaanzienlijke sterretje spant dan ook van alle in kaarssterkte bekende sterren verreweg de kroon.

Tegenover die overweldigende stralers staat een veel grooter aantal sterren wier kaarssterkte maar een fractie, en soms een zeer onbeduidende fractie is van de zon. Het allerzwakste hemellicht, wat lichtkracht aangaat, dat we op het oogenblik