is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REUZEN EN DWERGEN IN STERRENLAND

stuks van de witte dwergcategorie. Reuzensterren treden dus in werkelijkheid veel zeldzamer op dan dwergsterren, witte dwergen niet uitgezonderd.

Hoe komt het dan, dat we toch nog zoovele reuzensterren kennen? Blijkbaar omdat deze tengevolge van hun groote lichtkracht veel verder van ons verwijderd mogen zijn, om toch nog gezien, ja zelfs tot de helderste sterren van de hemel gerekend te kunnen worden; op afstanden waarop een gewone (en zeker een witte) dwergster allang niet meer met het bloote oog waarneembaar zou wezen.

Aan de hand van uitgebreide sterrentellingen heeft men de volgende statistiek kunnen samenstellen, die ons een goed beeld geeft van de verhouding waarin reuzen en dwergen, supergiganten en witte dwergsterren het wereldruim bevolken.

Binnen een bolvormige ruimte (wederom rond de zon als middelpunt) van dusdanige afmetingen dat ze ongeveer twee millioen sterren omsluit, moeten zich bevinden

één enkele supergigant, met een kaarssterkte van

10.000 zonnen,

3300 gewone Reuzen, met kaarssterkten van gemiddeld 100 zonnen,

200.000 Dwergen met een kaarssterkte van gemiddeld 1 Zon,

500.000 Dwergen met een kaarssterkte van gemiddeld Vioo zon, en

1.000.000 Dwergen met nog geringer kaarssterkte, waarvan

250.000 Witte Dwergsterren.

Hieruit blijkt zonder meer hoe schaarsch de reuzensterren zijn; en hoe uiterst eenzaam een supergigant zich wel moet voelen in het eindelooze hemelruim.