is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NOVAE EN SUPERNOVAE

derdduizenden kilometers bedragen! Dat was dus wel wat erg veel, en ïelfs in die dagen van vóór de relativiteitstheorie stond men reeds huiverig tegenover de onderstelling dat nevelmassa’s zich met een dusdanige snelheid zouden kunnen uitbreiden. Prof. J. C. Kapteyn had dan ook een geheel andere verklaring voor wat hier gezien werd. Volgens hem bevond de ster zich toevalligerwijze temidden van een kosmische nevel, en wat we gewaar werden zou niets anders zijn dan het licht dat, vanaf de opgevlamde ster gekomen, de nevelmassa’s op steeds grooter afstanden verlichten moest, welke achtereenvolgende verlichting we zich dus met lichtsnelheid — 300.000 km per seconde — zagen voortplanten. Dit was de eenige keer waarop die fantastisch groote snelheid van het licht dus a.h.w. voor onze oogen zichtbaar gemaakt werd.

Het lag, bij de weinige ervaring die men toenmaals op het punt van novae bezat, voor de hand, dat men deze nevel, waarin de Nova Persei zich bevond, als een onmisbaar ingrediënt voor het nova-gebeuren ging opvatten, en daarmee leek de verklaring van dit laatste niet moeilijk. Een nova moest een ster zijn, die op een nevel inliep, welke zich toevallig op zijn weg bevond. Door de wrijving welke de sterrebol daarbij natuurlijk ondervond, zou deze warm loopen, d.w.z. nog veel heeter worden dan hij reeds was — en deze temperatuursverhooging zou zich dan aan ons als „opvlamming” kenbaar maken.

Ook deze opvatting is echter door de feiten achterhaald. Want vooreerst bleek bij al de novae van later datum er geen een in de buurt van een nevel te staan, maar ook een nieuwe eigenaardigheid, die men op het spoor kwam, zou onvereenigbaar zijn met de nova-in-nevel-theorie.

Men heeft tegenwoordig van een groot aantal nieuwe sterren de afstand kunnen bepalen. En deze afstanden hebben ons op hun beurt weer, in verband met de schijnbare helderheid van de betrokken novae, de kaarssterkte van ieder