is toegevoegd aan uw favorieten.

In het rijk van zon en sterren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE DIEPTEN VAN HET WERELDRUIM

durende ll/2 dag blijft de helderheid van de ster aan de hemel onveranderd dezelfde, en wel van de 2e grootte. Dan daalt zijn lichtsterkte in 5 uur tijds over meer dan een grootteklasse, om vervolgens weer even snel toe te nemen tot wat ze eerst was.

Een aparte groep onder de veranderlijke sterren vormen de Z.g. cepheïden. bij deze heeft niet, zooals bij Algol, een plotselinge inzinking in helderheid plaats, maar de lichtsterkte neemt hier op een gegeven moment betrekkelijk snel toe, om naderhand weer langzaam af te nemen, — en dat alles, met nimmer falende regelmaat, telkens weer opnieuw.

Deze cepheïden (hun ietwat eigenaardige naam is ontleend aan het feit dat de eerste ster van deze soort Delta Cepheï was) zijn het nu, die ons van hun kaarssterkte mededeeling doen, onder het mom van hun periodieke helderheidsschommeling. In 1912 ontdekte namelijk de Amerikaansche sterrekundige Miss Leavitt, dat hoe grooter de \aarsster\te van zoo’n cephëide is, in des te langzamer tempo deze zijn helderheidsschommelingen uitvoert. — Om een voorbeeld te geven, is de periode der lichtwisseling 2 dagen, dan heeft de ster een kaarssterkte van 200 zonnen; bij een tempo van 10 dagen bedraagt zij 1600 zonnen, enz.

Hier werd ons dus een middel aan de hand gedaan om uit te maken hoe groot de kaarssterkte van een ster is, eenvoudig door na te gaan (wat gemakkelijk genoeg is) in hoeveel tijd hij eenmaal aan de hemel „knipoogt”. Hoever de sterren weg staan, maakt niets uit. Wanneer ze slechts voldoende licht geven om door ons, desnoods met de sterkste kijker, te worden waargenomen, zoodat we het tempo van hun lichtsehommeling kunnen achterhalen, leert de kunstgreep van Miss Leavitt ons onmiddellijk hoe groot de kaarssterkte van de ster is, en dus ook hoever hij weg staat.

Een gelukkige omstandigheid is, dat de cepheïden blijken te behooren tot de sterren met de grootste lichtkracht, zoodat ze nog op enorme afstanden zichtbaar zijn. — Men trof ze o.a. aan in de sterrehoopen.