is toegevoegd aan uw favorieten.

Meditatiën over het leven en de mysteriën van Onzen Heer Jezus Christus, toegepast op het religieuze leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij Hem, dat Hij ons het begrip van die parabel geve, en luisteren wij aandachtig naar de verklaring, die Hij zich ge» waardigt ons te geven. Het zaad, zegt Jezus, is het woord Gods. Zij, die aangeduid worden door dat, wat langs de weg valt, zijn allen die het woord aanhoren, maar omdat zij de waakzaamheid en ingetogenheid niet in acht nemen, komt de duivel der verstrooidheid en rooft dat woord uit hun hart, uit vrees, dat zij met een levendig en werkend geloof geloven zouden en zalig worden. Zij, die verstaan worden, door dat, wat op stenen valt, zijn zij, die het woord aanhoren, het met blijdschap aannemen, maar het geen wortel laten schieten, omdat hun gemoed, aan ondeugden gehecht, verhard is. Alzo geloven zij niet dan voor een tijd en op het ogenblik van de bekoring verwijderen zij zich, dat is: laten zij de voorbijgaande en oppervlakkige voor» nemens, die zij gemaakt hadden, varen. Wat tussen de doornen valt, betekent hen, die het woord aangehoord hebben, maar in wie het verstikt is door de bekommeringen, de rijkdommen en de genoegens van dit leven, zodat zij geen vruchten dragen. Eindelijk, wat in goede aarde valt, be= tekent hen, die het woord met een goed en rechtschapen hart aangehoord hebben, het onthouden en bewaren en honderdvoudig vruchten dragen in volharding. Van hun kant doen zij alles wat in hun vermogen is, om de deugden te verkrijgen, die het hun voorstelt, wachten ze in vrede af. dat de Heer langzaam maar zeker in hen dit grote werk voltooit, dat geheel het leven duren moet. Tot welke soort behoren wij? Laat ons dit overwegen en voornemens maken, ons best te doen, om het zaad in goede aarde te ontvangen.

2e Punt. Fouten, die men moet vermijden en gesteltenis die men hebben moet, om voordeel met de H. Communie te doen.

Het zaad is het woord Gods. De parabel, die de Heer ons voorstelt, bevat een onuitputtelijke schat van kostbare

Meditaties II.

14