is toegevoegd aan uw favorieten.

Meditatiën over het leven en de mysteriën van Onzen Heer Jezus Christus, toegepast op het religieuze leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermeerder mijn geloof! De vijanden der zaligheid richten overal verschrikkelijke verwoestingen aan. Dagelijks ont* rukken zij aan Jezus Christus een menigte zielen, door zijn Bloed vrijgekocht. Overal strooien ze het zaad van ketterij en ongeloof uit. Langs alle kanten vermenigvuldigen zij de verleidingen en strikken, om de onschuld te verderven, en onbeschaamd en driest treden zij de wijngaard en het erfdeel van Christus binnen. Ik ben door God verkozen, om die vijanden te bestrijden en het kwaad, dat zij aanrichten, te beletten. Het levendig geloof is het wapen, dat ik in die gewichtige strijd voeren moet. Dat geloof zal mijn onmacht doen verdwijnen en mij met de kracht van Jezus bekleden. Dat geloof zal mij de oneindige heiligheid en majesteit van God doen kennen en mij met vurige ijver voor zijn eer bezielen. Dat geloof zal mij verlichten over de grote waarde van de zielen, en mij met een krachtige ijver voor haar zaligheid vervullen. — Dat geloof eindelijk zal mij steeds met een diepe ootmoedigheid en een onbegrensd betrouwen doen bidden en alles van het Hart van Jezus doen verkrijgen Het zal mij schrikkelijk maken voor de hel en nuttig voor die zielen, voor wie Jezus al zijn Bloed vergoten heeft Kunnen wij wel iets vragen, wat Jezus aangenamer en ons zelf nuttiger is dan een levendig geloof? Kunnen wij deze gave wel te dikwijls van Hem afsmeken?

2e Punt. Het levendig geloof is gegrond op de kennis van God en op de kennis van ons zelf.

Waarom heeft een ziel met een levendig geloof zoveel vermogen op het Hart van Jezus? Omdat zij alleen op God steunt, en al het goede, dat zij doet, aan God toeschrijft, er Hem alleen de eer van geeft. De ziel die een levendig geloof heeft, wordt verlicht over haar geringheid en nietigheid. Zij beseft dat zij niets is en niets vermag, maar zij weet ook dat God alles is en alles vermag. Zij weet, dat Hij er zijn roem en zijn vermaak in stelt, om in de geringste en zwakste

Meditaties II 17