is toegevoegd aan uw favorieten.

Meditatiën over het leven en de mysteriën van Onzen Heer Jezus Christus, toegepast op het religieuze leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn geplant in de grond van onze Orde of Congregatie, be* vochtigd door een overvloed van hemelse gunsten, zorgvuldig aangekweekt door Jezus zelf en bestemd om de heerlijkste vruchten van alle deugden, maar vooral van die vurige ijver te dragen, die de ziel van al onze werken wezen moet. Hebben wij tot heden wel aan de verwachtingen van Jezus beantwoord? Welke zijn de wezenlijke vruchten die wij voortgebracht hebben? Waar zijn de zielen die wij door onze gebeden, onze voorbeelden en onze arbeid voor God gewonnen hebben?.... Het geduld des Heren is nog niet vermoeid. De gunsten die Hij niet ophoudt elke dag over ons uit te storten, zijn enigermate het onderpand van de liefde, die Hij niet ophoudt ons toe te dragen. Maar moeten wij dan, omdat Hij oneindig goed is, ondankbaar zijn en zijn lankmoedigheid misbruiken? Gedoog dat niet, o goede Meester. Verdubbel uw gaven en genaden. Maak die ons vruchtbare boom, waarvoor Gij zo gedurig zorgt, vrucht* baar. Maak, dat hij U eindelijk vruchten geve van nederig* heid, zachtzinnigheid, gehoorzaamheid, levendig geloof, in* wendige geest, liefde en ijver, in één woord, van alle deugden die het kenmerk van ware religieuzen zijn moeten.

2e Punt. God wil dat wij bidden voor de zielen die ons zijn toevertrouwd.

De parabel van de onvruchtbare vijgeboom leert ons nog een andere gewichtige waarheid. Onder de zielen aan wier zaligheid wij werken moeten, kunnen er gevonden worden, die niet beantwoorden aan de genaden van Jezus, zich daardoor zijn liefde onwaardig maken en zijn gramschap tegen zich opwekken. Wij moeten dan voor die ongelukkige teielen een nog vuriger ijver en een nog inniger liefde aan den dag leggen. Wij moeten gelijk de getrouwe wijngaardenier van de parabel, onzen goddelijken Meester bidden en smeken, dat Hij de vijgeboom niet omhouwt, dat Hij die ongelukkige zielen toch niet verlaat. Wij moeten Jezus