is toegevoegd aan uw favorieten.

Meditatiën over het leven en de mysteriën van Onzen Heer Jezus Christus, toegepast op het religieuze leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geroepen zijn om zulk een volmaakte liefde te beoefenen, waartoe zijn dan niet de Religieuzen verplicht! O goddelijk Hart, geef mij die deugd, waartoe ik door mijn heilige roeping zozeer verplicht ben. Prent in het diepste van mijn hart deze woorden, die de regel van mijn gedrag zijn moeten: Eén hart en één ziel in het heilig Hart van Jezus.

2e Punt. Jezus vraagt zijn Vader, dat zijn leerlingen tegen het bederf van de wereld behoed mogen blijven.

Zij zijn niet van deze wereld, zoals ook Ik niet van deze wereld ben. Deze woorden waren de schoonste lofspraak, die Jezus ons van zijn leerlingen geven kon. Zou Jezus dit ook

van mij kunnen zeggen? Heb ik een af schrik van de

wereld en van al wat de wereld acht en najaagt? Bemin ik wezenlijk, als volgeling van den vernederden, armen en ge* kruisigden Jezus, al wat de wereld van zich afstoot en wat Jezus omhelst? Bemin ik de vernedering, het lijden, de tegen* spraak, het kruis?.... Jezus voegt er bij: Ik vraag niet, dat Gij ze uit de wereld wegneemt, maar dat Gij ze bewaart voor het kwaad. De Apostelen waren bestemd om de kennis van het H. Evangelie te verbreiden. Hun roeping verhinderde hen, zich van de mensen af te zonderen. Zij moesten echter in het midden der wereld verblijven zonder de geest daarvan aan te nemen, en dit is de genade die Jezus voor hen aan zijn Vader vraagt. Wij, die ook door onze roep bestemd zijn om met de evenmens om te gaan, wij zijn verplicht om met de wereld de betrekkingen te onderhouden, die ter bereiking van het doel onzer Instelling noodzakelijk zijn. Maar als wij getrouw zijn, zal de genade van Jezus ons ondersteunen. Zowel voor ons als voor de Apostelen heeft de goddelijke Meester gebeden, en indien wij ons zorgvuldig in‘ de deugden van onze heilige staat trachten te vestigen, dan zullen die betrekkingen met de wereld, in plaats van ons schadelijk te zijn, voor ons een overvloedige bron van genaden en verdiensten en een krachtig middel van heiliging worden.