is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verwerkelijken, antwoordde Trotski, dat een dergelijke opvatting de fundamenten van het marxisme aantastte en het socialisme weer zou terugwerpen naar het voor-wetenschappelijk utopistisch stadium. Het was dwaasheid, nog eens opnieuw de juistheid van de klasse-theorie te willen onderzoeken, want die stond reeds sedert lang vast. Ze was geenszins een socialistische of marxistische uitvinding, doch ze was door Marx overgenomen van de burgerlijke, liberale denkers en staatslieden, vooral van de Franse geschiedschrijvers, die de ontwikkeling der maatschappij en de oorzaken van de Franse revolutie hadden onderzocht, zoals Guizot, Mignet, Thierry en Thiers.

Natuurlijk is het volkomen juist, dat het niet de theoretici van het socialisme, doch de theoretici van de bourgeoisie zijn, die de ontdekking hebben gedaan, dat de maatschappij in klassen gespleten is en dat de strijd der klassen door de gehele geschiedenis heen loopt. Krassere formuleringen inzake de klassenstrijd, dan men bij Adam Smith, Turgot en Necker aantreft, openhartiger uitlatingen omtrent- de klassen-onderdrukking, die de bezitters op de niet-bezitters moeten uitoefenen, vindt men in de hele socialistische literatuur niet. En de burgerlijke schrijvers onzer dagen, die de socialisten hun klasse-dogma en het zaaien van klassehaat verwijten, vergeten, dat de bourgeoisie zélf, toen ze nog in haar opkomst was, de theorie van de klassenstrijd heeft gesmeed.

Dit alles was ons natuurlijk bekend. Maar het feit, dat een theorie oud is, en dat ze al door de bourgeoisie is opgesteld, moge voor Trotski een afdoend bewijs voor haar juistheid zijn, voor mij is dat in het geheel niet het geval. Ik ontken niet, dat het voor iemand met systematiserings-talent mogelijk is, alle historische verschijnselen te rangschikken met de klassenstrijd-gedachte als leiddraad. Maar men kan het bijvoorbeeld ook doen met de rassenstrijd-gedachte als leidend beginsel. En er zijn nog een tiental andere mogelijkheden om een wetmatigheid, een rythme, een dialectiek, een evolutie, een polariteit of waar ge nog verder trek in hebt, in de geschiedenis te ontdekken. In al die gevallen komt men tot een „verklaring” der geschiedenis, die in werkelijkheid niets anders is dan het verarmen der historische realiteit tot een paar banaliteiten, die overigens geen andere zijn, dan degene die men bij het begin van het „onderzoek” overal binhengesmokkeld heeft. En ik geloof, dat Marx dit gevoeld heeft, toen hij in 1877 den