is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uiting kwam. Maar men behoeft er zich niet over te verwonderen dat in deze strijd tussen de legerofficieren en het Nazi-soldatisme, de overwinning aan de Nazi’s is geweest.

Dit immers is overal in het Duitse leven het geval geweest. De soldaten-opstand (een vorm van de opstand der horden, die Ortega y Gasset niet voorzien heeft) was de enige massa-actie, die in Duitsland kans op succes had, de enige actie die tegelijkertijd revolutionnair kon zijn — en dus alle tegenstand wegvagen -— en soldaterig, en dus het vertrouwen van het volk winnen.

De Duitse revolutie van 1918, de zg. November-revolutie, had gedurende korte tijd z’n Arbeiders- en Soldatenraden. Dit verbond van arbeiders en soldaten was echter machteloos, want de soldaten bleven in alle essentiële kwesties het gezag der officieren erkennen en ze waren eigenlijk alleen maar „arbeiders”-in-uniform — de arbeiders waren proletarische socialisten, met al de daaraan verbonden beperkingen.

Geheel anders was de positie der Nazi’s. Hun beweging was geen verbond van arbeiders en soldaten, doch van soldaten en middenstanders.

Het is toch waarlijk geen toeval dat de Hitler-beweging een beweging was, wier actiefste kern uit half-militaire S.A.- en S.S.organisaties bestond, en dat de talloze vrijwilligers-corpsen die tussen 1918 en 1923 in Duitsland en de aangrenzende gebieden geopereerd hadden, zich in S.A.—S.S. oplosten. Dat waren geen geuniformde burgers, maar lieden met een soldaten-mentaliteit, hetzij in het metaphysische, in het idealistische, uitgebreid en tot een geloof geworden, zoals dat bij de leiders het geval was, hetzij op de primitieve wijze, die één van Ernst von Salomon’s personen zo formuleert: „Priigeln ist immer fein, auch wenn m^n selber Hiebe kriegt”.

Deze primitieve naturen zullen wel vaak „arbeiders” geweest zijn, vaker wellicht nog „boeren”, doch in ’t algemeen heeft de Nazibeweging geen vat gehad op de grote arbeidersmassa, die tot het einde toe sociaal-democratisch bleef, met uitzondering van een deel der werklozen, die „bolsjewistisch” werden of nationaalsocialistisch.

De massa der aanhangers van de Hitler-beweging bestond uit middenstanders. Hitler zelf, die, voor hij in de politiek ging, tekenaartje, decorateurtje of wat dan eigenlijk precies, was