is toegevoegd aan uw favorieten.

Het fascisme en de nieuwe vrijheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar dit alles zal er alleen zijn, als de cultuur haar materiële levensmogelijkheden in de wereld behoudt en versterkt, en daarom moet ze zich tot de wereld, tot de maatschappij wenden.

En hier ontmoeten we de cultuur, die in haar eigen rijk een voortdurende vraag en verwondering is, en die voortdurend schept, blijvende waarden — geen eeuwige waarden natuurlijk — tot stand brengt, uit een ongestild en onstilbaar verlangen, in dezelfde houding tegenover politieke en economische toestanden, tegenover de organisatie van de maatschappij. Dat wil zeggen dat ze tegelijkertijd critisch en constructief, onderzoekend en scheppend, ingrijpt en wil ingrijpen. Het verschil tussen de fascist en de cultuurmens ligt niet hierin dat de fascist de man van de daad is, die de wereld ordent, terwijl de cultuurmens alleen maar de wereld beschouwt en onmachtig is tot ordening. De historie is één doorlopend bewijs voor de stelling dat cultuur geen belemmering is voor maatschappelijke organisatie, doch integendeel haar eerste voorwaarde. Trouwens op het engere cultuur-gebied, dat van de kunsten en de wetenschappen, is het toch immers ook zo, dat op de aarzelingen en twijfelingen, op de vage gevoelens en vermoedens, het inzicht en de scheppende daad volgen. En zo volgt ook in de politiek, — met welk woord men alle bemoeiingen met de maatschappij kan aangeven — op de twijfelingen en onderzoekingen van den cultuurmens, het inzicht en de wil om de maatschappij naar dat inzicht te kneden. Zo wil dus ook de cultuurmens tot ordening der maatschappij, tot politiek, komen en zijn bezieling, zijn enthousiasme en zijn energie, hebben een diepere en sterkere grondslag dan de vulgaire mythe der fascisten. Het verschil, voor de oppervlakkige beoordelaar tenminste, bestaat dan hierin, dat de fascist, omdat hij over absolute zekerheden beschikt, veel krachtiger in z’n optreden zal zijn dan de cultuurmens. Maar deze opvatting is geen andere, dan dat de wildeman met de grootste spiermassa’s, of de fascist met z’n grote, technisch geweldige legermassa’s en z’n fanatisme, niet te verslaan zou zijn door de cultuurmens, die wat materiële kracht betreft zijn gelijke is, wat fanatisme betreft z’n mindere, maar daarom nog niet z’n mindere aan inzicht, berekening en aan wil om te overwinnen.

Het gevoel als verdediger van de cultuur tegenover de barbaren te staan is opzichzelf reeds een geweldige kracht. Maar toch . ..