is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten, en bij iederen stoot in de trompetten wierp het volk zich aanbiddend neer.

Bij dezen eeredienst, die in zijn ononderbroken herhaling indrukwekkend mocht heeten, verhieven de leerlingen het hart in dankzegging tot God. Het bloed van het lam zonder vlek moest hun wel spreken van het offerbloed van het Nieuw Verbond, dat vergoten wordt tot vergiffenis van zonden. Ook de andere godvruchtige gebruiken en voorschriften van hun volk hielden zij bij. Zij onderhielden nauwgezet de strenge bepalingen van de Sabbathsrust, en bezochten de synagogen, om de wekelijksche voorlezing van de Wet en de Profeten aan te hooren. Zij baden gaarne tweemaal daags het „Hoor, Israël", de Joodsche belijdenis van den éénen God en zijn gebod van liefde, en driemaal daags de Zegeningen. Zij waren vertrouwd met de Joodsche gebeden, die grootendeels aan de heilige schriften ontleend waren, maar verrijkten deze met gedachten aan Jezus' verlosserschap en middelaarschap. Ook deden zij geloften. De meest voorkomende was die van het nazireaat, waardoor zij zich verplichtten tot onthouding van wijn en andere gistende dranken, en een strikter vermijden van de wettelijke onreinheid, die door aanraking van dooden be» loopen werd, alsmede tot het vrij laten groeien van het hoofdhaar; dat alles gedurende een bepaald tijdverloop, dat meestal dertig dagen duurde. Op het eind van dit tijdsverloop gingen zij naar den tempel, om daar door het brengen van offers van de gelofte ontslagen te worden (21, 24).

De meest kenmerkende observanties — na de besnijdenis van de Wet waren de reinheidswetten en de spijswetten. De Joden waren aan een groot aantal ritueele reinheidsvoorschriften gebonden. Bepaalde aanrakingen, als van dooden en grafplaatsen, meerdere ziekten en lichamelijke gesteltenissen brachten een toestand van wettelijke onreinheid teweeg, die door offers of ritueele wasschingen weer moest worden opgeheven. Het was niet geoorloofd, in den tijd van onreinheid in den tempel te komen of aan offermaaltijden deel te nemen. De spijswetten leerden het onderscheid tusschen onreine dieren, waarvan het gebruik volstrekt verboden was, en reine, waarvan mocht gegeten worden. Deze voorschriften beheerschten geheel het uiterlijk samenleven van het Joodsche volk. Zij werden beschouwd als een teeken en onderpand van uitverkiezing en afzondering van de onreine heidenvolken.