is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste martelkroon*

Het aantal leerlingen in Jeruzalem groeide steeds aan. Voor het eerst werd nu in de eenstemmigheid der onderlinge liefde een wanklank vernomen. Uitingen van ontevredenheid werden gehoord van Hellenisten tegen de Hebreeën.

Het Jodendom van dien tijd was in twee groote groepeeringen of vertakkingen gesplitst, die menig punt van verschil te zien gaven: het inheemsche Jodendom en dat van de Diaspora of de Verstrooiing. De splitsing was ontstaan, doordat in de achtste eeuw voor Christus de bewoners van het Noorderrijk door de Assyriërs, en in de zesde eeuw die van Juda en Jeruzalem door de Babyloniërs gewelddadig naar de landen van Euphraat en Tigris waren overgebracht, terwijl tegelijkertijd een aanzienlijk aantal Judeeërs naar Egypte waren uitgeweken. Toen Cyrus den terugkeer toestond, bleef het grootste deel der ballingen op vreemden bodem wonen, waaraan zij gehecht waren. Het aantal van deze „Zonen der Verstrooiing" was nog sterk toegenomen. Naar Alexandrië hadden de Egyptische koningen zelf door het verleenen van voorrechten een talrijke Joodsche kolonie ontboden; deze bedroeg thans volgens den Joodschen schrijver Philo twee vijfden van de bevolking dezer groote stad, terwijl het aantal Joden in geheel Egypte tot aan de grenzen van Ethiopië wel een millioen bedroeg. Zij hadden zich ook over de kusten van Lybië, vooral in Cyrene, verbreid; in Syrië en Antiochië en in al de grootere plaatsen van Voor-Azië hadden zich andere Joodsche kolonies gevestigd. Over Cyprus en de andere eilanden en al de kuststeden der Middellandsche Zee hadden de zonen Israëls met hun natuurlijken aanleg voor bedrijvigheid en koophandel zich verbreid. Ook in Rome zelf had zich deels door massale vrijlating van Joodsche slaven, deels door nederzetting een sterke Joodsche kolonie gevormd.

Al deze buitenlands levende Joden, onderling en met het moederland nauw verbonden, heetten Hellenistische of Grieksch-sprekende Joden, naar de taal en cultuur der omgeving, die zij hadden overgenomen. Het Grieksch werd in alle steden van het keizerrijk gesproken en verstaan; het had wel niet overal in het Oosten de inheemsche volkstalen verdrongen, maar was overal de erkende taal van wetenschap, litteratuur en hoogere bescha-