is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een apostolische visitatie-reis.

Toen Saulus in Jeruzalem kwam, had hij zeker nog andere verlangens dan Petrus te spreken. Zonder twijfel moet ook de gedachte hem hebben aangedreven, de heilige plaats te bezoeken, waar het kruis der verlossing gestaan had. Het kruis van Jezus Christus was van al zijn gevoelens het middelpunt geworden. Met hoe andere gedachten dan drie jaar geleden wandelde hij nu door de stad, door 's Heeren prediking en lijden geheiligd! De plaats van eere was nu voor hem niet meer de prachtige tempel, maar de kale rots van Golgotha.

Saulus moet ook met diepe ontroering geknield hebben op de plek, waar Stephanus den marteldood geleden had. Hij had toen met dien dood zijn openlijke instemming betuigd, en de kleederen der getuigen bewaard, terwijl de laatste bede van den martelaar klonk: „Heer reken hun deze zonde niet aan". Tranen van berouw stroomden bij de herinnering, hoe hij de Kerk Gods vervolgd had. Hij stond op met het heilig besluit, al zijn krachten te wijden aan de verbreiding der verheven waarheden, die Stephanus met zijn bloed bezegeld had.

Al aanstonds trad hij in de synagoge op. Daar hij Joodsch Wetgeleerde was, stond de gelegenheid daartoe voor hem gemakkelijker dan voor de anderen open; misschien was hij wel de eerste, die sinds de vervolging het woord in de synagoge voerde. Ook in Jeruzalem meende hij aan zijn vroegere vrienden een verklaring schuldig te zijn van zijn zoo plotselingen ommekeer, die hun onbegrijpelijk moest voorkomen; het getal van zijn kennissen, oude mede-leerlingen en medestanders was in de heilige stad bijzonder groot, en zijn terugtreden moest hun een raadsel zijn. Saulus verhaalde zijn bekeering, en toonde Jezus' Messiasschap uit de voorzeggingen der profeten aan. Hij trad bij de Hellenisten op, gelijk eertijds Stephanus, wiens vurige en verlichte geest in hem scheen overgegaan. Zijn prediking wekte aanvankelijk groote verbazing, spoedig echter ook ergernis en tegenspraak. Men begon met hem te redetwisten. En wat met Stephanus gebeurd was, herhaalde zich hier: door de kracht van zijn bewijzen in het nauw gedreven, begonnen zij in stille woede naar middelen van geweld te zoeken, om den lastigen spreker den mond te stoppen.

Petrus en de andere apostelen had men vrijwel met rust gelaten: