is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen Saulus keerde zich, toen hij nog geen twee weken in Jeruzalem was, de algemeene woede. Men had de vroegere leerlingen van den Nazarener laten begaan; maar dat de gevierde Wetgeleerde van weleer, de voorvechter van de voorvaderlijke overleveringen, de vaan van het Mozaïsme had verlaten, om de nieuwe sekte voor te spreken, dat prikkelde hevig de opwindingen en den nijd. Men wilde in Saulus alleen den overlooper zien, men deed hem scherpe verwijten. Saulus van zijn kant hield in onverschrokken vrijmoedigheid niets terug.

De prediker vernam door openbaring de plannen, die tegen hem gesmeed werden. Wij moeten wel in deze dagen van verblijf in de heilige stad een geestvervoering plaatsen, die hij later bij zijn gevangenneming voor het volk verhaalde (22, 17—21).

Saulus bezocht ook den tempel, om er te bidden. Hij hoorde daar den Heer Jezus hem zeggen: „Ga spoedig uit de stad, want van u zullen zij geen getuigenis over Mij aannemen!" Dit woord verraste hem, want zoo ooit een getuigenis waarde mocht hebben voor het volk, dan toch het zijne als van een voormalig Wetgeleerde en verklaard aanhanger der Farizeesche overlevering. Hij wierp op: „Heer, zij weten, dat ik uw geloovigen in de gevangenis opsloot, en in de synagogen geeselde: en toen het bloed van Stephanus, uw getuige, vergoten werd, stond ik erbij, en stemde ermee in, en bewaarde de kleederen van hen, die hem doodden". Maar het antwoord was: „Ga heen, want Ik zal u ver weg tot de heidenen zende n!"

Zijn werkkring lag niet in Jeruzalem, maar ver daarbuiten. Ook de geloovigen der hoofdstad, spoedig op de hoogte van hetgeen er tegen Saulus broeide, drongen er bij den prediker sterk op aan, dat hij zich in veiligheid zou stellen. Hij nam dus afscheid van de apostelen. Slechts twee weken had zijn verblijf te Jeruzalem geduurd; dit vertrek was tevens een openlijke breuk met zijn vroegere vrienden en zijn Jeruzalemsch verleden. De haat zijner volksgenooten dwong hem voor de tweede maal — het zou bij lange niet de laatste maal zijn — als een vluchteling uit te wijken.

De broeders deden hem in het geheim uitgeleide naar de havenstad Caesarea, waar hij een schip nam naar zijn geboorteplaats Tarsus. In Tarsus en Cilicië predikte hij het Evangelie onder de Joden.

Een oogenblik scheen het, of Saulus' verschijnen de vijandige