is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewicht ook afhankelijk van de nauwgezetheid, waarmee door den overheerscher toezicht werd uitgeoefend. Zeker mocht hij zonder inwilliging van den stadhouder geen doodvonnis ten uitvoer leggen. Een vervolging als die na Stephanus' dood woedde, waarbij vele burgers de stad moesten verlaten en anderen ter dood gebracht werden, kan alleen verklaard worden uit een tijdelijke verslapping van het bestuur, waarbij aan de Joodsche overheden meer dan gewoonlijk de vrije hand gelaten werd. Misschien was de aandacht van den stadhouder door politieke gebeurtenissen naar elders afgeleid.

De vijfde der Romeinsche procuratoren was Pontius Pilatus. Hij bestuurde Judea van 26 tot 36. Door den Syrischen landvoogd Vitellius op aanklacht der Samaritanen naar Rome gezonden, om zich bij den keizer te verantwoorden, werd hij in ballingschap gestuurd. Hem volgden nog twee stadhouders op, Marcellus en Marullus, totdat in 41 Judea weer tijdelijk onder een koning kwam.

In welken tijd vallen de gebeurtenissen der apostelgeschiedenis?

Zeker het grootste deel der door ons verhaalde feiten speelde zich onder het stadhouderschap van Pontius Pilatus af. Maar het is niet mogelijk, den tijd der afzonderlijke gebeurtenissen van de eerste tien hoofdstukken der Handelingen met bepaaldheid aan te geven; wij hebben ons daarom tot nog toe van iedere tijdsbepaling onthouden. Zoolang de datum van Christus' verlossingsdood zelf een punt van meeningsverschil blijft onder de geleerden — velen hebben het jaar 30, anderen 29, en in den laatsten tijd ook meerderen het jaar 33 als sterfjaar des Heeren aangegeven — zoo lang blijft ook de dateering van de eerste lotgevallen der pasgestichte Kerk onzeker. In het algemeen kunnen we zeggen, dat het tot dusver verhaalde tusschen 30 en 40 moet vallen, want eerst in 41 werd aan Herodes Agrippa het koningschap opgedragen, waarvan in hoofdst. 12 der Handelingen sprake is.

Wenschen we nog wat nadere bepaling, dan vinden we een uitgangspunt van eenige waarde voor het vaststellen van sommige datums in den Brief, dien de apostel Paulus later aan de Galaten schreef. Over dien tijd na zijn bekeering zegt hij (1, 17—2, 1) „.... Ik ben naar Arabië gegaan; en wederom naar Damascus teruggekeerd. Vervolgens, na drie jaar ben ik naar Jeruzalem gekomen, om Kephas te bezoeken, en ben veertien dagen bij hem gebleven: van de andere apostelen heb ik niemand gezien dan Jakobus, den broeder des Heeren.... Daarna ben ik naar de ge-