is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een kortstondige ziekte was zij gestorven. Nu had men haar lichaam volgens gebruik der Joden gewasschen, met reukwerken gebalsemd, en uitgesteld in de bovenzaal van haar huis, waar zij op een rustbed lag, voor het laatst begroet en beweend door de treurende armen en de eerbiedige geloovigen. Over naastbestaan» den wordt met geen woord gesproken; we hooren alleen van de weenende weduwen bij haar doodsbed; hieruit mogen we afleiden, dat Tabitha of als weduwe of als maagd had geleefd. Sinds haar doopsel had zij geen andere liefde gehad dan de armen van Jezus Christus, aan wie zij met haar vermogen ook al haar toewijding

had geschonken.

Petrus werd met stillen eerbied door de geloovigen ontvangen. Men bracht hem aanstonds naar de woning der afgestorvene en geleidde hem naar boven.

Was het, opdat de apostel zou deelen in den rouw, die geheel de kerk van Joppe getroffen had? Het dringende van de bede der leerlingen doet ons eerder vermoeden, dat bij Petrus' aanwezigheid een stille hoop in de harten schemerde, niet in woorden uitgesproken, dat het afscheid van de dierbare doode nog niet blijvend zou zijn. Het geleek op de zwijgende bede, die eens in Martha's woorden lag opgesloten; „Heer, zoo gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn (Jo. 11, 32). Toen Petrus binnentrad, stonden rond het doodsbed de arme weduwen, die door de doode liefderijk geholpen waren, en uitten haar smart in luide weeklachten. Dit koor van klagende stemmen verstomde niet bij de komst van den apostel, maar de weenende vrouwen wendden zich tot hem, en toonden hem met welsprekend gebaar al de mantels en kleeren, die Dorcas bij haar leven voor haar gemaakt had, als een dankbare grafrede op de liefde van haar weldoenster. Petrus was geroerd. Herinnerde hij zich misschien het medelijden van zijn Meester bij het zien van de smart van Jaïrus en zijn vrouw bij den dood van hun dochtertje, of de smart van

de moeder te Naïm?

Gelijk eenmaal de Zaligmaker in het huis van Jaïrus, liet ook de apostel alle aanwezigen het vertrek verlaten, opdat hij in dit plechtig oogenblik alleen zou zijn met den dood. Hij viel op de knieën en bad. Want Petrus kon den dood niet gebieden uit eigen machtsvolheid, maar alleen in den Naam van Hem, die zijn wondermacht aan de apostelen had overgedragen, wiens hulp hij inriep met vurig gebed en krachtig geloof. Toen stond hij op,