is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keerde zich tot de doode, en gebood: „Tabitha, sta op". Op hetzelfde oogenblik opende de doode de oogen, alsof zij zoo juist ontwaakte uit een weldoenden slaap.

Toen zij Petrus zag, richtte zij zich uit eerbied overeind, en schouwde met oogen vol verwondering het leven in. Petrus reikte haar de hand, en deed haar opstaan. Toen riep hij al de geloovigen en de weduwen binnen, en schonk de moeder der armen levend aan haar kinderen terug. Men begrijpt, wat vurige kreten van bewondering hem naklonken, toen hij de woning verliet, en wat dankbare vreugdetranen stroomden....

Zulk een wonder werd wijd en zijd bekend, en bracht in Joppe tal van bekeeringen teweeg. Het is de eerste doodenopwekking, die ons in de H. Schrift van de apostelen verhaald wordt; later lezen we, hoe ook de apostel Paulus een jongen man tot het leven opwekte (20, 10—12). Nog vele dagen bracht Petrus met prediking en onderricht te Joppe door. De aloude havenstad, die ten tijde der Macchabeeën weer door de Joden veroverd was en tot Judea was blijven behooren, telde talrijke Joden met veel heidenen vermengd. Petrus nam zijn intrek in het huis van Simon den leerlooier, dat dicht bij zee gelegen was.

Het ambacht van leerlooier, ofschoon niet verboden en bij de Joden vanouds beoefend, gold toch bij de strenge Farizeesche richting voor minderwaardig, daar het de noodzakelijkheid meebracht, met dierenlijken om te gaan, waarvan de huiden gelooid werden; het aanraken van cadavers maakte volgens de Wet onrein. Daarom werd ook het ambacht voor onrein gehouden. Later zou in den Talmud de volgende rabbijnsche uitspraak worden opgeteekend. „de wereld kan niet zonder leerlooiers zijn; maar wee dengene, die leerlooier is!" Dat Petrus in het huis van dezen ambachtsman zijn intrek nam, toont duidelijk, dat hij zich boven de vooroordeelen zijner volksgenooten verhief. Misschien wilde hij ook aan de geloovigen een voorbeeld van christelijke vrijheid geven. Had de Zaligmaker niet duidelijk gezegd, dat de mensch niet van buiten, maar van binnen uit verontreinigd wordt?

Het uur was niet ver verwijderd meer, dat de apostel nog een beslissenden stap verder op den weg der vrijheid zou doen, en zich boven de eischen der Mozaïsche Wet zelf verheffen, zonder acht te geven op de verstoordheid van zijn landgenooten. De tijd van de roeping der heidenen was daar. Niet langer moest de Kerk den omgang met de onbesnedenen vermijden. Een bijzondere