is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwingende behoefte van het menschelijk hart aan waarheid en zedelijke verheffing gelden. Er leefden velen, die een walg hadden van de oppervlakkigheid van zulk leven, die zochten naar het ware doel van hun bestaan, naar goddelijke waarheid, naar een heilig ideaal, dat in staat zou zijn, hen uit den modderpoel van zooveel bederf omhoog te trekken. Ook hier vond de genade voorbereide harten. De Persoon van den Godmensch, die tien jaar geleden in het nabijgelegen Judea geleefd had en gestorven was, aangekondigd sinds eeuwen door de profeten, betuigd door talrijke wonderen, met zijn verheven leer en voorbeeld van liefde en offer, trok de harten machtig aan. Dat was de Godsgestalte, waarnaar de menschengeest altijd verlangend had uitgezien, maar die hij in geen enkel van zijn vindingen ooit tot werkelijkheid had kunnen brengen!

De leer van erfzonde en verlossing, lijden en verheerlijking, mystieken dood en verrijzenis gaf het antwoord op zooveel raadsels, was een stuwkracht tot zoo machtig nieuw leven! Daarbij werden de doopleerlingen niet met de tallooze uiterlijkheden der Mozaïsche Wet belast, gelijk de proselieten der Joden, die zich de opvattingen en praktijken van het Joodsche volk geheel moesten eigen maken. Zij echter mochten blijven in den staat, waarin zij waren: het doopsel heiligde voor God iederen staat en stand: Joden en heidenen, meesters en slaven, mannen en vrouwen werden één in broederschap in Christus Jezus! Rondom het kruis van Christus werden in wijden kring alle standen en rassen gegroepeerd, om alle gelijkelijk aan de verlossingskracht van het goddelijke Bloed deelachtig te worden.

Welke was de methode van prediking van Barnabas en Saulus in deze nieuwe omgeving?

Zeker hebben zij na eenigen tijd de synagoge moeten verlaten. Hoe verdraagzaam de Antiocheensche Joden ook aanvankelijk mogen geweest zijn — van tegenwerking wordt niets verhaald —, toen de belijders van het Evangelie grootendeels uit het heidendom werden gewonnen, moeten de poorten der synagoog voor hen gesloten zijn. Geen gelijk recht voor besnedenen en onbesnedenen! dat bleef de vaste Joodsche gedragsregel ook bij latere missie-tochten. Men moest dus in een of andere ruime woning van een geloofsleerling bijeenkomen, om onderricht te geven; daar werden ook de heilige geheimen gevierd.

Maar de apostelen moesten ook buiten deze vergaderingen het