is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met wat geestdriftige overtuiging hij voor den Hoogen Raad van zijn volk dien Naam belijdt: „.... Het zij u allen en heel het volk van Israël bekend: in den Naam van Jezus Christus den Nazarener, dien gij gekruisigd hebt, dien God van de dooden heeft opgewekt, in dien Naam staat de man daar genezen voor u.... Daar is in niemand anders heil. Want daar is onder den hemel geen andere Naam aan de menschen gegeven, waarin wij moeten zalig worden."

Dat is wel dezelfde leerling, die in oprechte begeestering had uitgeroepen: „Heer, ik ben bereid, met u in den kerker en den dood te gaan!" Maar na den Pinksterdag wordt het ernst. De liefde brandt nu in hem, niet met onrustige flikkeringen, maar als een groote heldere vlam, met standvastige warmte. Gevangenis en geeseling draagt hij met vreugde. In den nacht voordat het doodvonnis over hem zal uitgesproken worden, slaapt hij rustig tusschen twee soldaten. De vrees is gebannen, de geestdrift is gebleven!

Petrus' woord is levendig en aanschouwelijk; recht uit het hart komend, is het eerder opwekkend dan bespiegelend. Zijn vroeger beroep met den dagelijkschen strijd om het bestaan en de gevaren, daaraan verbonden, heeft hem praktisch en ondernemend gemaakt; als apostel toont hij zijn kracht in het organizeeren van het kerkelijk leven en het aanpassen aan al de wisselende behoeften. Zijn prediking getuigt echter ook van helder en diep inzicht in de Openbaring. Door zijn Joodsche opvoeding was hij reeds met de Wet, de Psalmen, en de heilige Boeken bekend geworden: een nieuw licht doet hem den verborgen zin en de leiding Gods daarin kennen. Ook overweegt hij voortdurend de lessen en de voorbeelden van zijn goddelijken Meester en diens leven spreekt hem altijd duidelijker taal.

Door den Hoogen Raad worden Petrus en diens mede-apostel Joannes voor onwetende lieden uitgemaakt. Dit mag waar zijn in den zin, dien de raadsheeren daaraan hechtten. In het spitsvondig toepassen van de Wetsvoorschriften op alle denkbare gevallen van het menschelijk leven, in het ontwarren van allerlei juridische twijfels, door samenvoeging van schriftuurteksten en aanhaling van reeksen van rabbijnsche uitspraken — waarin de Wetgeleerden meester waren —, daarin hebben onze apostelen nooit hun bedrevenheid getoond. Onder de apostelen had alleen Paulus daar studies in gemaakt, maar later al zijn rabbijnsche meesterschap