is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bezielde woorden van den apostel vernamen. Er werd besloten, ten einde aan de heerschende verwarring voorgoed een einde te maken, de twistvraag aan de kerk van Jeruzalem voor te leggen. Een gezantschap zou het standpunt der heiden-christenen in de heilige stad uiteenzetten en bepleiten. Dit was een nieuw bewijs van het volstrekt vertrouwen, dat de nieuwbekeerden in de apostelen en de moederkerk stelden.

Paulus en Barnabas werden aangezocht, om de heiden-christenen te vertegenwoordigen. Waren zij niet de hechtste steun der heidenmissie, en als predikers de eerstbetrokkenen?

Paulus schijnt aanvankelijk geaarzeld te hebben, deze opdracht te aanvaarden. Vreesde hij misschien, daardoor eenig voedsel te geven aan de opvatting, alsof hij als lasthebber der overige apostelen en in opdracht der Jeruzalemsche kerk zijn missie-tochten ondernam? Niet immers op last van een mensch, maar door rechtstreeksche goddelijke zending oefende hij zijn bediening uit, en in het belang zijner prediking wenschte hij dat apostolisch gezag, dat door de Judaïzanten werd aangevochten, erkend en gehandhaafd te zien. Van den anderen kant viel het ook niet te ontkennen, dat de rust der gemoederen en de eenheid der geloovigen bij een beslissende uitspraak gebaat zouden zijn. Een openbaring, die hij van den hemel ontving (Gal. 2, 2),1) stelde hem gerust. Paulus aanvaardde de keuze. Hij zag er ook een schikking der Voorzienigheid in, om door persoonlijk samentreffen met Petrus en de andere apostelen zijn apostolische heidenroeping openlijk erkend te zien.

Hij behield zich één zaak voor: de keuze van een gezel. Naast de leerlingen, door de kerk medegezonden, koos hij zelf Titus uit. (Gal. 2, 1), een veelbelovenden jongen man, dien hij als medehelper in de plaats van Joannes Marcus wenschte. Titus was vol ijver, begaafd en edelmoedig. Als heiden-christen had hij de besnijdenis niet ontvangen, en was dus een type van de vele bekeerlingen, wier opname in de Kerk werd aangevochten. Dit was juist voor Paulus een reden, om hem onder de Joden-christenen van de ambassade op te nemen. Hij voorzag rond den persoon van Titus veel strijd van den kant der Joodschgezinden, en wilde

1) Voor de beschrijving van de apostelvergadering maken wij ook gebruik van eenige gegevens uit den Brief aan de Galaten (?, 1—4). Met verreweg de meeste Schriftuurverklaarders zijn wij van meening» dat deze klaarblijkelijk met het verhaal van de Handelingen hoofdst. 15 samenvallen.