is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en overeenstemming verder dan ooit verwijderd scheen, stond Petrus op.

Geheel de vergadering zweeg, toen de eerste der apostelen den mond opende. Ieder voelde, dat een beslissing nabij was. Petrus begon met te herinneren aan hetgeen — nu minstens tien jaar geleden — bij den doop van den heiden Cornelius geschied was. Uit deze duidelijke aanwijzing des hemels maakte hij zijn gevolgtrekking.

„Mannen broeders, gij weet, dat God reeds lang gelede» een keuze onder ons gedaan heeft, dat de heidenen door mijn mond het woord van het Evangelie zouden hooren, en zouden gelooven. En God, die de harten doorgrondt, heeft voor hen getuigenis gegeven, door hun den heiligen Geest te schenken, juist als aan ons. En Hij maakte geen onderscheid tusschen ons en hen, maar reinigde hun harten door het geloof.

Nu dan, wat wilt ge God beproeven, met een juk op den hals der leerlingen te leggen, dat noch onze vaderen noch wijzelf hebben kunnen dragen? Neen, door de genadevanden Heer Jezus Christus gelooven we, dat we gered worden, juist gel ij k z ij."

Dit korte, maar sprekende woord gaf midden in de levendigheid der debatten verheldering en beslissing. Allen zwegen. De principieele oplossing was gegeven.

God had reeds jaren geleden de kwestie door Petrus' bediening uitgemaakt. Daar had men niet op moeten terugkomen. Maar wanneer de zaak nu nog aan de orde gesteld werd, dan was Petrus' gezagvolle verklaring deze: de verlossingsgenade van Jezus Christus — en van den kant van den mensch: de overgave van het geloof — is de eenige weg des heils. Dit geldt voor alle geloovigen: de Wetsonderhouding der bekeerde Joden is iets bijkomstigs.

Hierna namen Barnabas en Paulus het woord in de aandachtige vergadering, om te verhalen, door hoe groote wonderen God de heidenprediking bevrucht en bekrachtigd had. Dit relaas sloot zich bij het woord van Petrus passend aan. Barnabas en Paulus immers hadden Petrus' werk voortgezet, door de opname van tallooze heidenen in de Kerk zonder besnijdenis; en de H. Geest had hun Evangelie-prediking door zijn gaven bezegeld.