is toegevoegd aan uw favorieten.

Jeruzalem-Antiochië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droegen zij dien gaarne op het voorbeeld des Heeren. Er was dus geen aanleiding, hun dien te ontnemen.

Zoo werd ook de oude Wet, die zoo lang op de komst van Christus had voorbereid, nog met passende piëteit omringd, voordat zij haar einde vond.

Paulus verliet de heilige stad niet, zonder een bijeenkomst te hebben gehad afzonderlijk met de andere apostelen: Petrus, Jacobus en Joannes. Dezen erkenden gaarne in den uitverkoren medegezel, wiens roeping zoo duidelijk aan den dag was getreden, en die de ziel was geworden van de heiden-christelijke beweging, hun broeder in het apostelschap, door den Heer voor het heiden-apostolaat bestemd. Zij betuigden hun volle instemming met Paulus' en Barnabas' wijze van Evangelie-verkondiging naast de hunne. „Jacobus en Kephas en Joannes, die voor steunpilaren gelden, hebben mij en Barnabas de broederhand gereikt: w ij voor de heidenen, z ij voor de besnedenen", zou Paulus later (Gal. 2, 9) schrijven. Alleen drukten ze hun beiden op het hart, bij de heidenchristelijke broeders de armen van Jeruzalem te doen gedenken. Paulus beloofde dit, en is deze belofte met treffende standvastigheid trouw gebleven. Sterk door het bewustzijn van deze erkenning, kon hij nu zijn werk voortzetten.

Spoedig daarop namen zij afscheid van de kerk, en reisden naar Antiochië terug, waar zij met ongeduld verwacht werden.

In de volle vergadering der geloovigen werd het antwoord van Jeruzalem voorgelezen. De geest van mildheid en bemoediging, die daaruit sprak, en de verzekering, dat zij zóó op den veiligen weg des heils waren, bracht groote vreugde teweeg. „Zij verheugden zich over deze vertroosting", zegt de tekst. Deze algemeene prompte ontspanning na een tijd van kommervol afwachten bewijst den zwaren druk, die sinds het optreden der Judaïzanten over de kerk gelegen had. Maar nu was alles vergeten; nu brak het lange ongeduld in blijdschap uit: de zaak der christelijke vrijheid had getriomfeerd!

Judas Barsabas en Silas lichtten de woorden van den brief toe, en wekten de geloovigen op door veel bemoedigende toespraken. Toen zij hun zending volbracht hadden, werden zij door de kerk voor hun welwillendheid gedankt. Silas verkoos toen, in Antiochië achter te blijven, om aan de bekeering der heidenen te werken; Judas Barsabas keerde met den vredegroet der geloovigen naar Jeruzalem terug.