is toegevoegd aan uw favorieten.

De zonde in den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er was ook nog niemand om het land te bebouwen 6. en water op te halen*) uit den grond, en zelfs maar iets van de bebouwbare oppervlakte te besproeien — 7. boetseerde Jahwe God ook den Mensch uit klei van het akkerland. Vervolgens blies Hij hem levensadem in 't gelaat: daardoor werd de Mensch een levend wezen.

8. Toen plantte Jahwe God een tuin in cEden, den oostkant uit, en den Mensch, dien Hij gevormd had, zette Hij daarin. 9. Jahwe God liet namelijk alle boomen — sierboomen zoowel als boomen met eetbare vrucht — uit het bouwland te voorschijn springen: ook den Levensboom midden in den tuin, en den Boom van het goed-en-kwaad-kennen2).

10. En een rivier komt uit cEden om den Tuin van water te voorzien. Eerst vandaar uit verdeelt ze zich in vier hoofdrivieren. 11. De eerste heet Pisjon: dat is die, welke rondom de geheele landstreek van de Chawila vloeit, waar goud gevonden wordt, 12. en het goud van die streek is b ij zonder3) fijn, — ook bedolach en sjoham-steen komen daar vóór. 13. En de naam van de tweede rivier is Gichon: dat is die, welke rondom de geheele landstreek van Koesj vloeit. 14. En de naam van de derde rivier is Chiddéqel4): dat is die, welke ten oosten van Assur voorbijstroomt. En de vierde rivier, dat is de Perat5).

15. Jahwe God nam dus den Mensch en gaf hem een plaats in den Tuin van cEden om dien") te bewerken en te verzorgen 16. Tevens legde Jahwe God den Mensch dit verbod op: „Van alle boomen uit den Tuin moogt ge eten zooveel ge wilt, 17. doch van den Boom van het goed-en-kwaad-kennen zult ge niet eten! Maar wanneer ge daarvan eet, zult ge onverbiddelijk sterven!"

') Het werkwoord staat in den causatieven vorm; het zelfst. naamw. ,,'ed", dat wij vertalen met „water", verhoudt zich tot dezen werkwoordsvorm dan niet als onderwerp doch als voorwerp.

2) Vgl. hetgeen boven (bldz. 6) gezegd is over de eigenaardige constructie van dezen zin, waarvan de oorspronkelijke vorm niet meer met zekerheid te achterhalen is.

3) Aldus de samaritaansche tekst en de lat. vulgaat. M. T.: „is fijn."

4) = Tigris.

5) = Eufraat.

6) De samenhang zelf van het vers en verschillende oude vertalingen lijken ons de vertaling „om dien te bewerken en te verzorgen" voldoende te wettigen.