is toegevoegd aan uw favorieten.

De zonde in den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15a. B o v e n d i e n : Ik doe vijandschap ontstaan tusschen u en de Vrouw,

b. tusschen uw afkomst ook en haar afkomst:

c. die zal u belagen aan den kop,

en gij zult ze belagen aan den hiel!"

Gods vonnis over de schuldigen volgt niet dezelfde orde als het verhoor, maar een tegengestelde orde, en daarmede de orde der overtreding. Alle drie ontvangen een dubbele straf. Voor de Slang bestaat die straf in vervloeking (vs. 14) en vijandschap met de Vrouw (vs. 15). Voor de Vrouw, in lichamelijk lijden (vs. 16a) en hoorigheid onder den man (16b). De ,,'adam" ten slotte wordt gestraft in zijn samenhoorigheid met de ,,'adama": de bouwgrond, waaruit hij gemaakt is, en waarvan hij leven moet, wordt vervloekt (vs. 17—19a), en hem in 't bijzonder wordt de dood aangekondigd, waarbij hij terugzinken zal in de 'adama, waaruit hij eenmaal genomen werd (19b). En zóó wordt dan op hem althans eenigszins — ofschoon in zéér verzachten vorm — de doodstraf toegepast, die van het begin af op de overtreding gesteld was. Dat ook de Vrouw daarin deelen zal, wordt niet uitdrukkelijk gezegd, maar toch wel stilzwijgend ondersteld. Zij is immers de levensgezellin, en bovendien, in dit geval, ook de medeschuldige van den Mensch.

Wanneer in de verhalen van het Oude Testament iemands woorden, of — wat volgens semietische opvattingen vrijwel op hetzelfde neerkomt: iemands gedachten (denken = „spreken in zijn hart") medegedeeld worden — dan kan dat op drie verschillende manieren geschieden. En uit deze drie verschillende mogelijkheden maakt de verhaler telkens zijn keus, al naar het belang, dat hij toekent aan het gesprokene. De eerste en de eenvoudigste manier bestaat hierin: dat iemands woorden of gedachten door den verhaler zélf, enkel „verhalenderwijze", worden wedergegeven. Daarbij loopt het verhaal gewoon door. De tweede en derde manier onderscheiden zich van de eerste, doordat de verhaler zijn relaas als het ware een oogenblik onderbreekt, om den betrokken persoon zelf sprekend op te voeren. Is het nu den verhaler alléén maar te doen om den algemeenen inhoud der woorden, zonder dat daarbij bijzonder gewicht wordt gehecht aan het overleveren van een bepaalden vorm dier woorden, dan