is toegevoegd aan uw favorieten.

De zonde in den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. en uw afkomst en haar afkomst:

c. zij zal uw kop verpletteren en gij haar hiel belagen".

Volgens deze lezing gaat dus de strijd van 15c tusschen de Vrouw en de Slang. En zoo vervalt in deze vertaling vanzelf hetgeen wij boven als opvallend in den tekst van dat vers gesignaleerd hebben: dat n.1., waar in 15c tot vijandige handelingen wordt overgegaan, eenerzijds alleen de afkomst van de Vrouw

— zonder de Vrouw zelf — en anderzijds alleen de Slang zelf

— zonder haar nakomelingschap — vermeld worden.

Maar desondanks — we kunnen nog beter zeggen: juist daaro m, immers „een m o e i 1 ij k e r lezing verdient de voorkeur! — kan de afwijkende vulgaatlezing niet als de oorspronkelijke worden beschouwd. We hebben ons tegen deze vertaling aan den hebr. tekst te houden. Dit blijkt bovendien ook uit de volgende beschouwing:

De lezing van den tekst heeft aan het begin van 15c een mannelijk aanwijzend voornaamwoord (het woord „zaad" of „afkomst" is n.1. in het hebr. mannelijk). Onmiddellijk daarop volgt nu de werkwoordsvorm „zal u belagen", en wel in den 3en persoon mannelijk enkelvoud. En in het tweede gedeelte van 15c hebben we het suffix, waardoor het voorwerp in „gij zult ze belagen" wordt uitgedrukt, wederom in het mannelijk enkelvoud. Aanvaarden wij nu de vulgaatlezing wat het pronomen aan het begin van 15c betreft, dan zou dit voor 15c noodzakelijkerwijze niet één enkele, maar drie verschillende tekstcorrecties medebrengen. En met het aanbrengen van deze drie veranderingen in 15c zouden we moeten ingaan tegen het eenstemmig getuigenis niet alleen van onze beide hebreeuwsche teksten M. T. en Sam., maar bovendien tegen dat van alle andere oude vertalingen. Zonder nog te spreken van het getuigenis van den Vulgaatvertaler zelf, die èlders (n.1. in zijn „Hebreeuwsche Vraagstukken over de Genesis") het voornaamwoord in quaestie niet door een vrouwelijk maar door een m a n n e 1 ij k latijnsch voornaamwoord heeft wedergegeven...

Dit laatste feit vooral heeft aanleiding gegeven tot alleszins gerechtvaardigden twijfel, of Sint Hiëronymus bij zijn vertaling van het boek Genesis het beroemd geworden „ipsa" wel werkelijk heeft neergeschreven. Er zijn gezagvolle vulgaathandschriften, die „ipse"