is toegevoegd aan uw favorieten.

De zonde in den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan dit lijden zal de vrouw niet kunnen ontkomen. Persoonlijke uitzonderingen — die overigens bij de oude Israëlieten véél zeldzamer waren, dan ze thans bij ons zijn — daargelaten, zijn huwelijk en moederschap de normale bestemming van de vrouw. Bovendien worden deze woorden op de eerste plaats gericht tot een vrouw, die feitelijk reeds echtgenoote was, en die mettertijd ook moeder en zelfs „de moeder van al wat leeft" moest worden. De in het begin van vs. 16 aangekondigde straf is voor de gehuwde vrouw in het algemeen, en voor Eva in het bijzonder, des te minder te vermijden, omdat zij, niettegenstaande de gevolgen, óók de minder aangename gevolgen, die het echtelijk samenleven voor haar zal medebrengen, zich van nature toch tot den man getrokken gevoelt, en bovendien de man zich niet ontzien zal zijn physiek overwicht te doen gelden:

eenerzijds zult ge u tot uw man getrokken

voelen,

anderzijds zal hij u zijn heerschzucht laten

merken.

De vrouw ontvangt dus, gelijk boven reeds gezegd is, een dubbele straf. Zij wordt gestraft zoowel in hare hoedanigheid van moeder, alsook in hare hoedanigheid van echtgenoote. Als Eva niet gezondigd had, zou zij van haar moederschap slechts vreugde hebben gekend, niet de zware lichaamspijnen, die daarmede nu onafscheidelijk zijn verbonden. En als echtgenoote zou zij de plaats behouden hebben, die haar van het begin af naast den man was toegedacht; vgl. 2, 18, 23. De vergelijking van 3, 16 met 2, 18, 23, 24 toont duidelijk, dat de auteur van dit verhaal de minderwaardige positie, die de vrouw bij zijn tijd- en volksgenooten f e i t e 1 ij k innam, beschouwde als iets wat oorspronkelijk door den Schepper niet bedoeld was. Waar de verhouding tusschen man en vrouw vóór de zonde ter sprake komt, valt de nadruk meer op de gelijkwaardigheid, die tusschen beiden bestaat. Niet alsof de vrouw, ook vóór den zondeval niet aan den man onderworpen zou zijn geweest. Een zekere voorrang van den man boven de vrouw, spruit voort uit de natuur zelf van beiden, bovendien ook uit den aard van hunne onderlinge verbintenis. Maar na den zondeval zal de man lichter geneigd zijn om méér den nadruk te leggen op den hem van nature toekomenden voorrang en daarvan in gegeven omstandigheden misbruik te maken ten koste van zijn levensgezellin.