is toegevoegd aan uw favorieten.

De zonde in den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gen. 2—3 worden aangevoerd. Het lijkt ons haast nog merkwaardiger, dat er volken, ook oud-oostersche volken, bestaan, bij wie men tot dusver tevergeefs naar zulke „parallelen" bij het „Paradijsverhaal" gezocht heeft. Afwezigheid van parallelen bij Gen. 2—3 is opvallend, niet alleen in de tot dusver gepubliceerde Ras Sjamralitteratuur, maar ook in die van Soemer en Akkad, die toch een werkelijk treffend „parallelverhaal" op de bijbelsche geschiedenis van den Zondvloed geleverd heTïben.

Wel hebben verschillende geleerden in den loop der tijden gemeend ook bij het „Paradijsverhaal" parallelen te kunnen aanwijzen, zoowel in de plastische voorstellingen alsook in de letterkundige voortbrengsels van het oude Tweestroomenland. Doch bij scherper toezien bleek er tot dusverre altijd wat — en soms héél veel — aan te haperen. Dit was bijvoorbeeld het geval met het bekende rolvormige zegel uit de 26e eeuw voor Chr.., waarop George Smith reeds in 1875 de aandacht heeft gevestigd, en dat nog steeds in vele handboeken van bijbelsche oudheidkunde gaarne wordt afgebeeld. Men meende daarop Adam, Eva, den Boom van het goed-en-kwaad-kennen en de Slang afgebeeld te zien. Maar men heeft deze interpretatie al lang weer opgegeven. De mannelijke figuur op dit zegel is zeker niet bedoeld als afbeelding van een mensch. Het is de afbeelding van een god, zooals met afdoende zekerheid blijkt uit den hoofdtooi. Ook de vrouw is naar alle waarschijnlijkheid een godin. De man en de vrouw zitten hier op stoelen en zijn bekleed met lange gewaden. Ook dit laatste is een bijzonderheid, die moeilijk te rijmen valt met het „Paradijsverhaal" zooals wij het kennen uit Gen. 2—3.

Uit de litteratuur van het oude Mesopotamië heeft men met name het „Adapa-verhaal" en een episode uit het „Gilgamesj-epos" herhaaldelijk in verband gebracht met onze geschiedenis.

Het Adapa-verhaal werd in 1898 voor de eerste maal vertaald en uitgegeven door Vincent Scheil O.Pr. Later heeft men daarvan nog andere fragmenten ontdekt. Het verhaal komt hierop neer: Adapa, „de wijze", is een mensch, doch tegelijk een soort van halfgod. Hij behoort tot de klasse der „Annoenaki". Hij staat in bijzondere betrekking tot den god Ea. Hij geraakt in conflict met den god Anoe, en moet nu voor diens rechterstoel in den hemel verschijnen. Maar wanneer hij zich daar vertoont, wordt hij door Anoe met véél grooter voorkomendheid ontvangen, dan hij had kunnen verwachten. De god laat hem spijs en drank, zalfolie