is toegevoegd aan uw favorieten.

Electro- en verlichtingstechniek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1 1 . 1 , r fJ f2

R Tj r2 r2 + r2

of S = Sj + s2.

Bij parallelschakeling wordt de totale geleidbaarheid gelijk aan de som van de enkele geleidbaarheden.

De vervangingsweerstand wordt steeds kleiner dan één van de enkele weerstanden, zodat de totale stroom I steeds groter wordt.

In onze stedelijke electriciteitsvoorziening worden de verbruikslampen alle parallel geschakeld. De inschakeling van duizenden lampen tegen den avond veroorzaakt dus een grote stroomsterkte vanuit de centrale; dit is dan ook wel duidelijk, als men bedenkt, dat de parallelschakeling van gloeidraden een vergroting van de doorsnede van den draad betekent, dus een verkleining van den totalen weerstand met als gevolg een vergroting van den stroom volgens de wet van Ohm.

§ lil. HET SPANNINGSVERLIES EN DE BEREKENING VAN DE DOORSNEDE DER LEIDINGEN.

Stellen wij ons een installatie voor, bestaande uit een aantal parallel

geschakelde lampen, aangesloten door 2 leidingen op een bepaalde spanning E; dan kunnen we de parallel geschakelde weerstanden vervangen denken door een vervanqingsweerstand r. Noemen

we nu den weerstand van de beide leidingen R, d.w.z. V2 R per leiding, dan zijn hier 3 weerstanden in serie geschakeld, nl. 2 leidingweerstanden en de vervangingsweerstand van de installatie, zodat de stroom I bepaald wordt uit de formule:

E _ E

*• "** 7, * + r + ,Vt R R -f- r

of E = l(R + r) = IR + Ir.

d.i. de spanning E is gelijk aan de som van 2 andere spanningen. Noemen we Ir = Ej de spanning bij den verbruiker (de installatie), dan zien we, dat deze spanning kleiner is dan de beginspanning E, en wel over een bedrag IR, dat we het spanningsverlies e noemen, zodat

E = e + Ej, waarbij e = IR en Ej = Ir.

We zien hieruit, dat de verbruiksstroom het spanningsverlies bepaalt en dus ook de spanning bij den verbruiker. Is de stroom I = o, d.w.z.