is toegevoegd aan uw favorieten.

Electro- en verlichtingstechniek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor de voeding van het magneetpolenpaar is gelijkstroom nodig, waarvoor gewoonlijk op dezelfde as van de wisselstroomdynamo een

gelijkstroom dynamo is gemonteerd, die den stroom via een stel borstels en 2 sleepringen aan de magneetwikkeling levert (zie fig. 9).

Worden nu op deze stator 3

_ I _ _ I 11 _ _

3(JUCICII ■ / II dl

III aangebracht, die allen een /_ van 120° met elkaar maken, dan zullen in deze spoelen wisselspanningen worden opgewekt, die 120° op elkaar verschoven zijn. (fig. 10).

Voor de momentele spanningen in de 3 spoelen kunnen we nu schrijven:

ei = emax sin “

e2 = emax sin(« + 120°)

es = ®max sin(“ + 240°)

zodat $ e = o, d.w.z. ten allen tijde is de som van de momentele spanningen 0.

De 6 uiteinden van de 3 spoelen worden op 2 manieren aan elkander gekoppeld, nl. volgens 1e. de sterschakeling, en 2e. de driehoekschakeling.

De sterschakeling.

Hierbij worden de 3 beginpunten der 3 spoelen aan elkaar gekop¬

peld en de andere uiteinden op het draaistroomnet aangesloten. Het koppelpunt wordt het sterpunt genoemd, al of niet geaard, en daarom ook wel het nulpunt genoemd (fig. 11).

Dikwijls wordt ook van uit het sterpunt een leiding naar buiten uitgevoerd; deze wordt dan nulleider genoemd. Beschouwen we nog even de 3 afzonderlijke spoelen, die

we op 3 gelijke lampenweerstanden aansluiten (zie fig. 12).