is toegevoegd aan uw favorieten.

Electro- en verlichtingstechniek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lampen van 300 W. Op verschillende punten boven de tekentafels werd de verlichtingssterkte met een Westonluxmeter gemeten en deze op een bepaalde schaal boven deze punten uitgezet. De verbindingen van deze uitgezette grootheden vormen tezamen een golfoppervlak, dat een duidelijk beeld geeft van de maxima en minima in de verlichtingssterkte op de tekentafels; deze varieerde van 125 tot 210 lux, hetgeen een goede verlichting van een tekenlokaal genoemd mag worden.

§ XXV. VEREISTE VERLICHTINGSSTERKTE.

Hieronder volgen gegevens over de verlichtingssterkten, die voor verschillende doeleinden en werkzaamheden vereist worden.

5—25 Lux: voor een verlichting, waarbij men zich alleen behoeft

te oriënteren.

25—50 „ voor grove werkzaamheden, waarbij onderscheiding

van fijne details niet nodig is, zoals voor trappen, gangen, hallen, kelders, slaapruimten, bioscopen en kerken.

50—100 „ voor minder grove werkzaamheden: woonruimten,

keukens, wachtkamers, gymnastieklokalen, voordrachtzalen, theaters, concertzalen, restaurants, garages.

100—200 voor fijnere werkzaamheden, zoals voor kantoren,

winkels, leslokalen, normaal tekenwerk, bewerking van licht goed.

200—400 „ voor werkzaamheden, waarbij voortdurend onder¬

scheiding van fijnere details nodig is, graveren, letterzetten, bewerking van donkere stoffen.

400—800 „ voor precisie werk en vlugge onderscheiding van fij¬

ne details, bewerking van zeer donkere stoffen, fijn sorteren en herstellen van lichte stoffen, operatiekamers.

800—1600 „ voor etalages met zeer donkere stoffen, zeer fijn

mechanisch precisie werk, herstellen van donkere stoffen.

1600—3000 „ speciaal contrölewerk voor goed, dat zeer hoge

eisen stelt in de onderscheiding van details, operatietafels.