is toegevoegd aan uw favorieten.

Het bouwkundige bestek

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4e. Na deze overeenkomst wordt begonnen met de uitvoering, die beheerscht wordt door: bestekteekeningen; algemeene details; bestek;

werkteekeningen.

5e. Na beëindiging van het werk volgt de oplevering en opneming.

6e. Gedurende eenigen tijd, bij het bestek bepaald, behoudt de aannemer een zekere verantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid van het werk en is hij verplicht de gebreken, die zich openbaren mochten, te herstellen. Deze tijd heet de " „onderhoudstijd”.

7e. Na het verstrijken van den onderhoudstijd (en natuurlijk na het herstel van in dien tijd gebleken gebreken) wordt het werk „voor de tweede maal opgeleverd”. De aannemer is nu ontslagen van de verplichtingen die het bestek hem oplegde, doch zijn aansprakelijkheid voor het geleverde werk houdt daarmede nog niet op.

(Art. 1645 B.W.).

Volgens de latere rechtspraak duurt de aansprakelijkheid voor iedere wanprestatie van den aannemer, die de aanbesteder bewijzen moet, 30 jaar *).

Deze beschrijving is slechts zéér schetsmatig. In den loop van onze beschouwingen zullen wij telkens onderdeden uitvoerig behandelen.

Indeeling van een bestek.

In de inleiding zeiden we reeds, dat een bestek bestaat uit een opsomming der werkzaamheden, en uit algemeene voorwaarden. Die algemeene voorwaarden kan men weer splitsen in die, welke betrekking hebben op de kwaliteit en de verwerking van bouwstoffen, en die, welke de uitvoering en gevolgen regelen. Het ligt voor de hand, dat dit alles wordt ondergebracht in hoofdstukken of „afdeelingen”. De gangbare indeeling beslaat drie afdeelingen, n.1.:

lste afdeeling: Omschrijving der werkzaamheden.

2de afdeeling: Voorschriften voor de uitvoering.

3de afdeeling: Voorschriften van algemeenen en administratieven aard.

Natuurlijk zqn andere indeelingen mogelijk. Iedere indeeling kan goed zijn, mits het systeem, dat er aan ten grondslag ligt, consequent wordt gevolgd! Wij vinden de hierboven aangegeven

*) Zie hierover „Recht in de Bouwwereld”, pag. 82 e.v.