is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

Bij de brieven, die Miklós Haller met de ochtendpost kreeg, was er één, die hem direct verdacht voorkwam. Die brief zat in een armoedig aandoende, verkreukelde, groezelige enveloppe en maakte den indruk van een bedelbrief, dien de een of andere armoedzaaier bij vergissing naar zijn huis in plaats van naar zijn kantoor gestuurd had. Waarom hij echter het adres met drukletters geschreven had, was Haller niet recht duidelijk. Hij las het adres nog eens over: Weledelgeb. Heer Miklós Haller, Stejaniastraat, Budapest. Wat voor reden kon die man gehad hebben, om met drukletters te schrijven? Hij legde den brief neer, nam zijn lorgnet met een automatisch gebaar uit zijn bovenste vestjeszak, zette dat op zijn neus, sneed een broodje open, besmeerde het met boter en liet er een paar druppels honing op vloeien. Over zijn lorgnet keek hij even naar zijn vrouw, die aan het andere einde van de tafel haar thee zat te drinken. Tusschen twee happen door scheurde hij den brief open en las:

We led. Geb. Heer,

Ik voel mij genoopt, Uwe opmerkzaamheid te vestigen op de gevaarlijke wegen, die Uw dochter bewandelt, die sinds eenigen tijd geregeld de jongge^ellenwoning van den heer Zoltan Bittó bedoek}. Wat %j daar uitvoert, laat ik aan U^elj over, om vast te stellen. Ik acht het echter mijn plicht, hierop Uwe aandacht te vestigen.

Een welwillende onbekende.

De laatste drie woorden had de schrijver van den brief tweemaal dik onderstreept.

„Onaangenaam nieuws?” vroeg zijn vrouw.

„Onaangenaam? Och nee. Waarom denk je dat?”

Echtgenooten i