is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben en dat word jij later ook. En wij vrouwen weten, wat het beteekent, een geheim te hebben en dat geheim, dat wij alleen aan God durven opbiechten, soms jarenlang met ons rond te dragen.”

Zij staarde voor zich uit en haar oogen werden een moment wazig.

Antonia begon weer te snikken.

„Moeder, ik schaam mij zoo!” riep zij uit. „Laten wij van hier weggaan en nooit terugkomen!”

„Wat je wilt, zal gebeuren, maar kalmeer eerst een beetje. Voor mijzelf heb ik nooit gestreden, ik heb al mijn krachten bewaard voor jou, kind. Ik laat je niet ongelukkig worden!” Om haar mond lag een bittere trek. „Er bestaat geen vernederender gevoel dan ongelukkig te zijn. Het vreet je op, het mergelt je uit, het is als een kanker, een zielekanker. Je merkt het niet, als het begint, maar het wordt steeds erger tot het alles in je vergiftigd heeft. Als je zelf weet, wat het beteekent, ongelukkig te zijn, zul je alles doen, om te beletten, dat diegene, van wie je het meeste houdt, ook aangetast wordt door die ontzettende ziekte. Zeg mij, wat ik voor je doen kan.”

Antonia drukte zich tegen haar moeder aan.

„Red mij van die schande, moeder. Ik heb mij op de liefde voorbereid als op de schoonste gave van het leven. Ik heb altijd verwacht, dat er eens iemand zou komen, iemand van heel ver, dien ik nooit gezien had en wanneer die binnentrad, dan zou ik het weten, dat dat de man was, dien ik verwachtte, van wien ik hield, met wien ik wilde trouwen. En nu ineens die schande ...!”

Zij sprong op en bedekte haar gezicht met haar handen. „Ik zweer je, dat ik er nooit over gedacht heb, dat ik van dien jongen zou gaan houden, dat ik er nooit over gedacht heb, zijn vrouw te worden. Ik heb hem nooit een zoen gegeven, er is nooit iets tusschen ons geweest. Vader stond daar op straat op mij te wachten, alsof ik van een rendezvous kwam. Maar dat is niet waar! Ik zweer je, dat het niet waar is!”

Zij sloeg zich met de vuist tegen het voorhoofd.

„Én nu maakt nog die jongen van den schijn, die tegen mij is, gebruik. Hij heeft mij nog nooit durven zoenen en nu heeft hij dat gedaan. Zoo net, daarbinnen!”

„Houd je van hem?” vroeg haar moeder zacht.

„Hij denkt, dat ik nu aan hem uitgeleverd ben. Hij denkt, dat nu vanwege het schandaal dat gebeuren zal, wat tdj wil. Hij