is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met jou vjjn. Vannacht heb ij mij voor altijd met jou verbonden.

je moet geen medelijden met mij hebben, omdat ij lijd. Er vjjn heel wat ongelujjiger menschen. Iedereen, die geen doel voor oogen heeft en wiens leven leeg is, is ongelujjiger dan ij. Want mijn leven heeft nu een inhoud gekregen. Ij befft nu iets, dat waarde heeft en waarvoor het de moeite waard is, mij op te offeren. Ij voel mij als iemand, die in een nieuwe woning trejj en % jn oude vergeet. Ij laat alles achter, wat tot nu toe bij me hoorde. ïj begin vandaag een heel nieuw leven. Een heel nieuw leven, waarvan het begin en het einde: Jij bent.

En nu moet je op reis gaan, alles is goed, vpoals jij het wilt. Een ongestoord gelu j en al het goede wat maar te wenschen is,

Zoltan.”

Ida stond voor de kamer van haar dochter en las den brief nog een paar keer over. Haar adem stokte, een nevel trok voor haar oogen. God, wat is zooiets toch aangrijpend!

„Tony, mijn kind, hier is een brief van hem,” zei ze en ging haastig de kamer binnen.

Antonia sprong uit bed. „Laat eens zien!” Samen zaten ze te lezen, drie keer, vier keer, tien keer en ieder woord werd gewikt en gewogen.

„Laten we nu meteen bepraten wat we zullen doen,” stelde Ida voor. „Hij zit zeker in zijn kamer te wachten. Waarom moet hij over ons in het onzekere blijven? Schrijf hem... schrijf hem, dat je van hem houdt. Dat is de waarheid.”

„Je kent hem niet, moeder. Hij is niet zoo’n ongecompliceerd mensch.”

„Waarom trek je je nu terug? Waarom wil je nu niet gelukkig zijn? Wees blij, dat de zon schijnt, geniet er nu van.”

„Je weet niet, hoe verwaand hij kan zijn. De kwestie is juist, dat hij zoo’n overwicht heeft op vrouwen. Hij kijkt ze alleen maar aan en dan geven ze zich al aan hem. Hij kan nu wel een beetje wachten. Maar hij wordt ook net zoo gauw wanhopig als een kind en als hem iets overkomt, gedraagt hij zich ook als een kind. Hij wil altijd dadelijk de pijn kwijtraken en getroost worden. Laten we eens zien, wat we kunnen doen. Zeg moeder, wil je me een dienst bewijzen?”

Antonia liet haar moeder een kort brief je schrijven, waarin deze Zoltan liet weten, dat Antonia den brief ontvangen had, maar dat ze ziek was, uitgeput, en dus zelf niet antwoorden kon. Ida vroeg Zoltan, om ’s middags om vijf uur te komen, ze wilde hem spreken. De brief werd dadelijk met den huisknecht weggezonden.