is toegevoegd aan uw favorieten.

Echtgenooten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik hou van je lach, hoewel ik niet weet waarom, want soms glimlach je ook, wanneer iets mij pijn doet. Ik stel me liefde zoo voor, dat twee menschen, die van elkaar houden, gelijk voelen en gelijk denken. Soms houd ik van je, omdat je zoo kinderlijk, zoo jongensachtig lijkt. Ik hou van je, omdat je zoo’n kleine jongen bent. Ik hou van je, omdat je het me toestond, dat ik me in je leven mengde, ik zou ook van je houden, als je ziek werd en ik je verplegen moest. Ik zou graag willen, dat mijn kleine jongen een flinke man zou worden, dat hij in het leven een groot en invloedrijk mensch werd, waar andere menschen bang voor zijn; die iedereen zou respecteeren, maar als hij naar huis kwam, zou hij weer dezelfde kleine jongen moeten zijn, van wien ik zooveel houd. Maar ik kan niet begrijpen, wat jij, die zooveel met vrouwen te doen gehad hebt, in mij ziet!”

„Tony, je wilt iets leeren kennen, maar je wilt geen gebruik maken van de gegeven middelen. Je wilt een reizigster zijn, die niet in een trein, of in een auto of in een vliegmachine wil stappen en die toch haar doel wil bereiken. Je wilt zien, maar je wilt je oogen niet open doen. Je wilt hooren, zonder je ooren te gebruiken. Je kunt nooit kennismaken met de liefde, als je je lichaam uitschakelt. Vertrouw jezelf aan mij toe, dan zul je mij leeren kennen en ook jezelf en dan zul je weten waarom ik van je hou.”

Met zijn linker arm boog hij zijn vrouw achterover, sloeg zijn rechterbeen over haar beenen en zoende haar gretig op haar mond, dan gleden zijn lippen lager, langs haar hals naar haar borsten, die hij met bevende handen van hun bedekking ontdeed.

Een oogenblik lang duldde Antonia bedwelmd dezen aanval, toen begon ze zachtjes te kreunen. Bij het hooren van dit meisjesachtige, klagende, bijna dierlijke geluidje schrok Zoltan verward op. Hij hief zijn bloedroode hoofd op.

„Laat me ... asjeblieft... je doet me pijn.”

Zoltan vroeg geërgerd en ook verwonderd: „Wat doet je pijn?”

„Het doet me pijn ...’

„Hoe kan dat nu ... ?”

„Dat weet ik niet. Ben je boos?”

„Wel nee, alleen ...”

Antonia richtte zich op en keek oplettend naar Zoltan.

„Wat zie je er nu raar uit!... Je hoofd is vuurrood en je